|
CATECHISMUS
Voorwoord door C.H. Spurgeon Ik ben ervan overtuigd dat het gebruik van een goede
Catechismus in al onze gezinnen een grote
beveiliging zal zijn tegen de toenemende dwalingen van deze tijden. Daarom
heb ik dit kleine handboek samengesteld uit de Westminster Assembly’s
Catechismus en Baptist Catechismus voor het gebruik door mijn eigen
gemeente. Zij, die het in hun gezin of klas gebruiken, moeten ervoor
zorgen de betekenis aan de kleintjes uit te leggen. De woorden moeten
echter zorgvuldig uit het hoofd worden geleerd, want ze zullen beter
worden begrepen, als het kind ouder wordt. Moge de Here mijn geliefde vrienden en hun gezinnen voor altijd zegenen, is het gebed van hun liefhebbende Pastor.
C.H. Spurgeon. Als bijbelvertaling is bijna altijd de NBG-vertaling van 1951 gebruikt. Het hoofdlettergebruik is aangepast. Een enkele keer is er teruggevallen op de King James Version. Dat wordt dan vermeld met (KJV). ©
Copyright vertaling 2005 B. Kroeze, Doldersum. Alle rechten voorbehouden.
info@mannavoorpelgrims.nl
________________________________________________________________________________________________________________________ 1.
Vraag: Wat is
het belangrijkste doel van de mens? 1.
1 Korintiërs 10:31. Of gij
dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods. 2. Psalm 73:25,26. Wie heb ik (nevens U) in de hemel? Nevens U begeer ik niets op aarde; al zou mijn vlees en mijn hart bezwijken, mijns harten rots en mijn erfdeel is God voor eeuwig. Antwoord:
Het Woord van God, welke vervat is in de Schriften van het Oude en
Nieuwe Testament1, is de enige levensregel om ons de weg te
wijzen hoe we God kunnen verheerlijken en ons in Hem kunnen verheugen2. 1.
- Efeziërs 2:20. Gebouwd op het fundament van de apostelen en
profeten, terwijl Christus Jezus Zelf de hoeksteen is. - 2 Timoteüs 3:16. Elk van God ingegeven
schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te
verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid. 2.
1 Johannes 1:3. Hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen
wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En ónze
gemeenschap is met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus. Antwoord:
De Schriften leren hoofdzakelijk wat de mens dient te geloven met
betrekking tot God en welke plicht God de mens oplegt1. 1.
- 2 Timoteüs 1:13. Neem tot voorbeeld de gezonde woorden, die gij
van mij gehoord hebt, in het geloof en de liefde, die in Christus Jezus
is. - Prediker 12:13. Van al het gehoorde is het
slotwoord: Vrees God en onderhoud Zijn geboden, want dit geldt voor alle
mensen.
Antwoord:
God is Geest1, oneindig2, eeuwig3
en onveranderlijk4 in Zijn
wezen5, wijsheid, kracht6, heiligheid7,
gerechtigheid, goedheid en waarheid8. 1.
Johannes 4:24. God is Geest. 2.
Job 11:7. Kunt gij de geheimen Gods doorgronden, de Almachtige
doorgronden ten einde toe? 3.
- Psalm 90:2. Van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God. - 1 Timoteüs 1:17. De Koning der eeuwen, de
onvergankelijke, de onzienlijke, de enige God, zij eer en heerlijkheid in
alle eeuwigheid! Amen. 4.
Jakobus 1:17. De Vader der lichten, bij Wie geen verandering is of
zweem van ommekeer. 5.
Exodus 3:14. Toen zeide God tot Mozes: Ik ben, die Ik ben. En Hij
zeide: Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot u
gezonden. 6.
Psalm 147:5. Groot is onze Here en geweldig in kracht, Zijn
verstand is onbeperkt. 7.
Openbaring 4:8. Heilig, heilig, heilig is de Here God, de
Almachtige, Die was en Die is en Die komt. 8.
Exodus 34:6,7. HERE, HERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig,
groot van goedertierenheid en trouw (waarheid KJV), die goedertierenheid bestendigt aan
duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar (de
schuldige) houdt Hij zeker niet onschuldig.
Antwoord:
Er is er slechts één1, de levende en waarachtige God2.
1.
Deuteronomium 6:4. Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is
één! 2.
Jeremia 10:10. Doch de Here is de waarachtige God, Hij is de
levende God. Antwoord: Er zijn drie personen in de Godheid, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en deze drie zijn één God, hetzelfde in wezen, gelijk in macht en heerlijkheid1. 1.
- Matteüs 28: 19. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn
discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen
Geestes. - 2 Korintiërs 13:13. De genade des Heren Jezus
Christus, en de liefde Gods, en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij
met u allen. Antwoord:
Het raadsbesluit van God is Zijn eeuwig plan, volgens de raad van
Zijn eigen wil, waarbij Hij om Zijn eigen eer alles, wat er gebeurt, heeft
voorbestemd1. 1. Efeziërs 1:11,12. In Hem, in Wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn wil, opdat wij zouden zijn tot lof Zijner heerlijkheid.
Antwoord: God voert Zijn raadsbesluit uit in de werken van de schepping1 en de voorzienigheid2. 1. Openbaring 4:11. Gij hebt alles geschapen, en om Uw wil was het en werd het geschapen. 2.
Daniël 4:35. Hij doet naar Zijn wil met het heer des hemels en de
bewoners der aarde.
Antwoord:
Het werk van de schepping is, dat God alle dingen1 uit
niets heeft gemaakt door 1.
Genesis 1:1. In den beginne schiep God de hemel en de aarde. 2.
Hebreeën 11:3. Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door
het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is
uit het waarneembare. 3.
Exodus 20:11. Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde
gemaakt, de zee en al wat daarin is.
Antwoord:
God schiep de mens als man en vrouw naar Zijn eigen beeld1
in kennis, 1.
Genesis 1:27. En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar Gods
beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. 2.
- Kolossenzen 3:10. En de nieuwe mens aangedaan hebt, die vernieuwd
wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper. -
Efeziërs 4:24. En de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God
geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid. 3.
Genesis 1:28. En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest
vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst
over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het
gedierte, dat op de aarde kruipt. 11.
Vraag: Wat
is Gods werk van voorzienigheid?
Antwoord: Gods werk van voorzienigheid is Zijn zeer heilig1, wijs2
en machtig behoeden3 en regeren 1.
Psalm 145:17. De HERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, heilig in
al Zijn werken. (KJV) 2.
Jesaja 28:29. Ook dit gaat van de HERE der heerscharen uit; Hij is
wonderbaar van raad, groot van beleid. 3.
- Hebreeën 1:3. Die alle dingen draagt door het woord Zijner
kracht. -
Nehemia 9:6. Gij houdt hen allen in stand. (KJV) 4.
- Psalm 103:19. Zijn koningschap heerst over alles. -
Matteüs 10:29. Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit?
En niet één daarvan zal ter aarde vallen zonder uw Vader. 12.
Vraag:
Welke speciale daad van voorzienigheid wendde God aan bij de mens Antwoord: Toen God de mens had geschapen, ging Hij een verbond ten leven met
hem aan op voorwaarde van volmaakte gehoorzaamheid1 door
hem te verbieden te eten van de boom van de kennis van goed en kwaad op
straffe van de dood2. 1.
Galaten 3:12. Doch bij
de wet gaat het niet om geloof, maar: wie dat doet, zal daardoor leven. 2.
Genesis 2:17. Maar van de boom der kennis van goed en kwaad,
daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij
voorzeker sterven. 13.
Vraag: Bleven
onze eerste ouders in de toestand, waarin ze werden
Antwoord: Onze eerste ouders, die overgelaten waren aan de vrijheid van hun
eigen wil, vielen uit 1.
Prediker 7:29. God heeft de mensen recht gemaakt, maar zij zoeken
vele bedenkselen. 2.
Genesis 3:6,7,8. En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te
eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was
om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij
gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. Toen werden hun beider ogen
geopend, en zij bemerkten dat zij naakt waren … en de mens en zijn vrouw
verborgen zich voor de HERE God tussen het geboomte in de hof. 14.
Vraag:
Wat is zonde?
Antwoord:
Zonde is elk gebrek aan instemming met, of overtreding van de wet
van God1. 1.
1 Johannes 3:4. Ieder, die de zonde doet, doet ook de
wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid. 15.
Vraag: Viel
heel de mensheid in de eerste overtreding van Adam?
Antwoord:
Het verbond, dat met Adam werd gesloten gold niet alleen voor
hemzelf, maar ook voor 1.
- 1 Korintiërs 15:22. Want evenals in Adam allen sterven, zo
zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. - Romeinen 5:12. Gelijk door één mens de zonde de
wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot
alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben. 16.
Vraag:
In welke toestand bracht de zondeval de mensheid? Antwoord:
De zondeval bracht de mensheid in een toestand van zonde en ellende1. 1.
Romeinen 5:18. Het is door één daad van overtreding voor alle
mensen tot veroordeling gekomen. 17.
Vraag: Waaruit bestaat de zondigheid van die toestand, waartoe de mens Antwoord:
De zondigheid van die toestand, waartoe de mens verviel, bestaat
uit de schuld van Adams eerste zonde1, het missen van de
oorspronkelijke rechtvaardigheid2 en het verderf van zijn hele
natuur, welke gewoonlijk de erfzonde3 wordt genoemd, samen met
alle werkelijke overtredingen, die eruit voortkomen4. 1.
Romeinen 5:19. Door de ongehoorzaamheid van één mens zijn zeer
velen zondaren geworden. 2.
Romeinen 3:10. Niemand is rechtvaardig, ook niet één. 3.
- Efeziërs 2:1. (U heeft Hij levend gemaakt (vers 5)) die dood
waart door uw overtredingen en zonden. - Psalm 51:7. Zie, in ongerechtigheid ben ik geboren,
in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen. 4.
Matteüs 15:19. Want uit het hart komen boze overleggingen, moord,
echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen,
godslasteringen. 18.
Vraag: Wat is de ellende van de toestand, waartoe de mens verviel? Antwoord:
Heel de mensheid verloor door haar zondeval de gemeenschap met God1.
Zij is onder Zijn toorn en vloek2 en is zo blootgesteld aan al
de ellende in dit leven, aan de dood zelf en aan het lijden van de hel
voor eeuwig3. 1. Genesis 3:8,24. De mens (Adam) en zijn vrouw verborgen zich voor de HERE God tussen het geboomte in de hof… En Hij verdreef de mens. 2.
- Efeziërs 2:3. Wij waren van nature, evenzeer als de overigen,
kinderen des toorns. - Galaten 3:10. Vervloekt is een ieder, die zich niet
houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen. 3.
- Romeinen 6:23. Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood. - Matteüs 25:41. Gaat weg van Mij, gij vervloekten,
naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. 19.
Vraag: Liet God heel de mensheid omkomen in de toestand van zonde en Antwoord:
God heeft louter door Zijn welbehagen van eeuwigheid sommigen
uitverkoren ten eeuwigen leven1. Hij ging
een verbond der genade aan om hen te verlossen uit de toestand van
zonde en ellende en om hen te brengen in een toestand van redding door een
Verlosser2. 1. 2 Tessalonicenzen 2:13. God heeft u als eerstelingen Zich verkoren tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid. 2.
Romeinen 5:21. Gelijk de zonde als koning heerste in de dood, zo
ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid ten eeuwigen leven door
Jezus Christus, onze Here. 20.
Vraag: Wie is de Verlosser van Gods uitverkorenen? Antwoord: De enige Verlosser van Gods uitverkorenen is de Here Jezus Christus1.
Als de eeuwige Zoon van God werd Hij mens2. Zo was Hij en
blijft Hij voor eeuwig God en mens in twee onderscheiden naturen en in
één persoon3. |
|
|
|
|