|
|
DE
LEIDING DOOR DE GEEST, HET GEHEIME TEKEN VAN DE ZONEN GODS
Een
toespraak gehouden door C.H. Spurgeon.
Printversie:
De
tekst is Romeinen 8:14: “Want allen die door de Geest Gods geleid
worden, zijn zonen Gods.”
Van
kinderen verwacht men dat ze een beetje op hun ouders lijken. Kinderen
van God, geboren uit de grootste van alle ouders, wedergeboren door de
almachtige kracht van de Goddelijke Geest, zullen zeker in grote mate op
hun hemelse Vader lijken. We kunnen niet in veel van Zijn Goddelijke
eigenschappen als God zijn, want zij zijn uniek en niet overdraagbaar:
het is voor ons niet mogelijk Zijn macht uit te oefenen, of Zijn
oneindige kennis te bezitten; ook kunnen we niet onafhankelijk zijn en
in onszelf bestaan; ook bezitten we geen opperheerschappij of aanzien.
Een mens kan nooit zo precies het beeld van de Vader zijn als Jezus is,
want Hij is op een verborgen wijze de eniggeboren Zoon van God. Wij
kunnen echter God navolgen wat betreft vele van Zijn eigenschappen;
vooral die van een moreel en geestelijk soort. We moeten in deze
hoedanigheden “navolgers Gods zijn als geliefde kinderen,” anders
zal onze hemelse afstamming niet aangetoond worden. Het punt dat in de
tekst genoemd wordt, moet nooit ter discussie staan, want als dat
twijfelachtig is, is ons kindschap van God niet bewezen. We moeten
“geleid worden door de Geest van God.” Die Goddelijke Geest, Die
altijd bij de Vader en de Zoon is, moet voor eeuwig bij ons zijn, zodat
we worden geleid, onderwezen, aangevuurd, levend gemaakt, in beweging
gebracht, beïnvloed door Hem, of anders moeten we onszelf niet durven
te beschouwen als zonen van God.
De
gedachte van een Goddelijk Vaderschap dat zich uitstrekt over heel de
mensheid, schijnt in geen geval in deze tekst door de apostel Paulus
bedoeld te zijn. Hier is het Vaderschap voor sommigen, niet voor allen.
De tekst maakt onderscheid tussen “zovelen als door de Geest Gods
geleid worden” en de rest van de mensheid, die niet onder zo’n
invloed staat. In mensen, waarin de Heilige Geest ontbreekt, woont een
andere geest, en die andere geest kenmerkt hen als zonen van een andere
vader: “zij zijn van hun vader de duivel, want zijn werken doen
zij.” Vanaf het begin zijn er twee zaden, het zaad van de vrouw en het
zaad van de slang, en het is zowel onwaar als immoreel om te geloven dat
God dezelfde relatie heeft met de twee tegenover elkaar staande
families. Nee, mijn broeders, onze Vader Die in de hemelen is, kan niet
als Vader worden geclaimd door de ongelovige, want tot hen zegt Jezus
met nadruk: “Als God uw Vader was, zoudt gij Mij liefhebben.”
De
tekst voorziet ons van een erg eenvoudige maar scherpe en beslissende
test; we zullen er goed aan doen deze op onszelf toe te passen. Het
dient te worden gebruikt om een ieder van ons te beproeven. Als er
gezegd was: “Zovelen als er gedoopt zijn, zijn zonen Gods,” dan
zouden we in tevredenheid op ons gemak op onze plaats kunnen blijven
zitten. Als er gezegd was: “Zovelen als er op het heilige feest van
Christelijke gemeenschap eten en drinken, zijn kinderen Gods,” dan
zouden we ons hebben kunnen herinneren, hoe kort geleden we met de
heiligen rondom de avondmaalstafel zaten. Als het doen van bepaalde
uiterlijke daden, of het uitspreken van bepaalde gebeden, of de
belijdenis van orthodoxe principes, of als het zich onthouden van grote
zonden tot het Koninklijk kenmerk en de hemelse zegen van de kinderen
Gods was gemaakt, dan zouden we het ons gemakkelijk hebben kunnen maken,
nadat we ons ervan hadden vergewist, dat we juist staan in deze zaken.
Als het behoren tot een vurige gemeente, of het lid zijn van een
getrouwe gemeenschap het goddelijke voorschrift was geweest om een
onomstotelijk bewijs van het zoonschap van de Allerhoogste Here te
hebben, dan zouden we onszelf helemaal hebben kunnen geruststellen,
zonder onszelf verder aan de vuurproef te onderwerpen. Maar omdat deze
dingen zo niet zijn, vertrouw ik erop dat niemand van ons zo
onverstandig zal zijn om het onderzoek te veronachtzamen, dat de tekst
aan ieder verstandig mens adviseert. Kom, mijn broeders, neem niets als
vanzelfsprekend aan bij zo’n gewichtige zaak als de eeuwige belangen
van uw ziel, maar zoek naar bewijs en let op deze zaak, zoals
verstandige zakenlieden zouden doen, als hun hele vermogen op het spel
stond. Zij, die door “de Geest van God geleid worden” zijn zonen
Gods; zij, die niet door de Geest van God geleid worden zijn niet Zijn
zonen: onderzoek daarom welke geest in u is, opdat u mag weten van wie u
kinderen bent.
Om
u in deze zaak te helpen stel ik voor, dat we eerst gaan overwegen, waar
de Geest van God mensen naartoe leidt, opdat we mogen zien of Hij ons
daar ooit heeft heen geleid.
I WAARHEEN LEIDT DE
GEEST VAN GOD DE ZONEN GODS?
Ten eerste van
alles: Hij leidt hen naar berouw. Een van de eerste daden
van de Heilige Geest is het leiden van de zonen van God naar de
genadetroon met tranen in hun ogen. Hij leidt ons in de afschuwelijke
kamers van de verbeelding, welke verborgen zijn in onze gevallen natuur;
deur na deur doet Hij van het slot en stelt voor onze verlichte ogen de
geheime plaatsen, die verontreinigd zijn met afgoden en waarvan de muur
behangen is met afschuwelijke beelden. Hij wijst met Zijn lichtende hand
de afgodsbeelden aan, de beelden van jaloersheid, de onreine en
afschuwelijke dingen in onze natuur, en zo brengt Hij ons vol verbazing
tot nederigheid. We zouden het niet hebben geloofd dat zulke slechte
dingen in onze ziel rondwaren, maar Zijn ontdekkingen helpen ons uit de
droom en corrigeren onze trotse achting van onszelf. Dan wijst Hij met
diezelfde vinger naar ons verleden en toont ons de smetten, de
dwalingen, de moedwillige zonden, de zonden van onwetendheid, de zware
overtredingen, de misdaden die tegen het licht en de kennis ingaan en
die onze levensloop vanaf onze jeugd ontsieren. Als wij vroeger op de
bladzijden van ons levensboek keken, dachten we dat die mooi waren;
wanneer de Geest ons in het licht heeft geleid, zien we hoe zwart ons
verleden is en, vervuld met schaamte en verdriet, roepen wij om Gods
oor, opdat we daar onze zonde mogen belijden en erkennen dat, als Hij
ons in de hel wierp, het niet meer zou zijn dan wij verdienen. Geliefde
vriend, leidde de Heilige Geest u ooit naar de zondaarsbank? Heeft Hij u
ooit doen inzien hoe laaghartig u uw God hebt behandeld, en hoe
schandelijk u uw Heiland hebt verwaarloosd? Heeft Hij u ooit doen klagen
over uzelf om uw ongerechtigheden? Er loopt geen weg naar de hemel dan
via het berouw. Wie nooit de last van zijn zonde heeft ervaren, zal toch
verpletterd worden onder het enorme gewicht ervan, wanneer op het
vreselijke uur van het oordeel het als een wankelende rots op hem zal
vallen en hem zal vermorzelen. Niemand gaat ooit naar de kamer van echt
berouw, totdat de Heilige Geest hem daar naar toe leidt, maar elk kind
van God weet wat het is om te zien op Hem, Die hij heeft doorboord en
wat het is om te treuren om zijn zonde. Heilig verdriet om de zonde is
even onvervangbaar als geloof in het verzoenende bloed, en dezelfde
Geest, Die ons vrede geeft door het grote offer, bewerkt in ons ook een
hartgrondige droefheid, omdat we de Here verdriet hebben aangedaan. Als
u vanaf uw jeugd nooit een bijzonder berouw over uw zonde hebt ervaren,
dan moge God het genadewerk in u beginnen, want redding is zeker niet in
u bewerkt. U moet berouw hebben, want berouw is absoluut noodzakelijk
voor het Goddelijke leven. “Als gij u niet bekeerd, zult gij allen op
dezelfde wijze omkomen.” De verloren zoon moet roepen: “Vader, ik
heb gezondigd”; de tollenaar moet zich op de borst slaan en bidden:
“God, wees mij zondaar genadig.” Evenmin als u één van de kleppen
van het hart kunt wegnemen en toch hoopt te blijven leven, kunt u berouw
wegnemen, welke de onafscheidelijke levensgezel is van geloof. Een
geloof met droge ogen is helemaal geen geloof. Wanneer een mens zijn
gelaat richt op Jezus moet zijn rug wel gekeerd zijn naar zijn zonden.
Evenmin als men in een tuin zonder sneeuwklokjes naar het voorjaar kan
zoeken, kan men zoeken naar genade in het hart zonder boetvaardigheid.
Het geloof, dat niet vergezeld wordt door berouw, is een vervalst geloof
en niet het geloof van Gods uitverkorenen, want niemand vertrouwt ooit
op Christus, totdat hij ervaart dat hij een Heiland nodig heeft en hij
kan niet hebben ervaren dat Hij een Heiland nodig heeft, tenzij hij moe
geworden is van de last van zijn zonde. De Heilige Geest leidt mensen
eerst naar berouw.
Terzelfder
tijd brengt Hij hen ertoe Jezus hoog te achten, terwijl ze
zichzelf gering achten. Werd u ooit naar het kruis geleid, geliefden?
Stond u daar ooit, en hebt u de last van uw schouders voelen glijden, en
weg zien rollen in het graf van de verlosser? Toen Dr. Neale, de
beroemde ritualist, de “Pelgrimsreis” van John Bunyan nam, en die
“verroomste”, gaf hij weer dat de pelgrim bij een bepaald bad kwam,
waarin hij werd ondergedompeld en gewassen en dat toen zijn last was
weggewassen. Hij legt uit dat dit het bad van de doop is, hoewel ik nog
nooit in een ritualistische kerk een doopvont heb gezien, dat groot
genoeg was om er een pelgrim in te wassen. Niettemin, overeenkomstig
deze geleerde editie van de gelijkenis, werd Christen gewassen in het
doopwasbekken en zo werden al zijn zonden weggedaan. Dat is de manier
van de hoogkerkelijken om de zonde kwijt te raken: de manier van John
Bunyan en de echte manier is, die kwijt te raken bij het kruis. Nu, let
op wat er gebeurde. Volgens de “Pelgrimsreis” van Dr. Neale, groeide
die last weer aan op de rug van de pelgrim, en het verbaast me niet dat
dat gebeurde, want een last die door de doop kan worden verwijderd, zal
zeker weer terugkomen, maar de last die kwijtgeraakt is bij het kruis,
komt voor eeuwig niet meer tevoorschijn. Er is geen effectieve reiniging
van de zonde, behalve door het geloof in die onvergelijkelijke
verzoening, die eens en voor altijd werd geofferd aan het bloedige hout
van Golgotha en allen, die daarheen werden geleid door de Geest van God,
zijn de zonen van God. De
Geest van God bracht nooit een mens ertoe om Christus gering te achten
en priesters hoog te achten. De Geest van God bracht nooit een mens
ertoe het verzoenende bloed en het eenvoudige geloof daarin gering te
achten en uiterlijke vormen en ceremoniën hoog te achten. De geest van
God doet de mens zinken en verhoogt de Heiland, verlaagt vlees en bloed
in het graf en geeft de mens een nieuw leven in de opgestane Here, Die
ook ten hemel is gevaren. “Hij zal Mij verheerlijken,” zei Christus
van de Trooster, en dat is inderdaad het ambt van de Trooster.
Nu,
mijn geliefde vrienden, heeft de Geest ooit de Here Jezus voor uw ogen
verheerlijkt? Broeders en zusters, dit is het ene punt boven al de
andere. Als de Heilige Geest nooit Christus kostbaar voor u heeft
gemaakt, dan weet u niets over Hem. Als Hij nooit Jezus heeft verhoogd
en uw zelfvertrouwen heeft doen zinken, als Hij u nooit heeft doen
ervaren dat Christus alles is wat u nodig hebt en dat u meer dan alles
in Hem vindt, dan heeft Hij nooit een Goddelijke verandering in uw hart
bewerkt. Berouw en geloof moeten totaal gericht zijn op de bloedende
Heiland, anders zal de hoop zich nooit bij hen voegen en geen vrede als
haar metgezel met zich meebrengen.
Wanneer
de Geest Jezus heeft verheerlijkt, leidt Hij ons naar de kennis van andere
waarheden. De Heilige Geest leidt de zonen Gods in alle
waarheid. Anderen dwalen achter deze of die valse leer aan, maar de
schapen van God zullen niet naar de stem van vreemde leiders horen, hun
oren zijn dicht voor hun vleierijen: “een vreemde zullen zij niet
volgen, want zij kennen de stem van de vreemde niet.” Geliefden, geen
leugen is uit de waarheid en niemand, die een leugen ontvangt, is
hiertoe gebracht door de Geest van God, wat hij ook zegt. Aan de andere
kant is de waarheid een gesloten kamer voor de onwedergeboren mens; hij
kan misschien de inventarislijst lezen van de kostbare schatkamer, maar
in die geheime kamer kan hij niet binnengaan. Er is Eén Die de sleutel
Davids heeft, Die opent en niemand sluit, en de sleutel waarmee Hij
opent, is de kracht van de Heilige Geest. Wanneer Hij een leerstuk opent
voor een mens, leert de mens die goed. Hij kan het op een andere manier
nooit te weten komen. U kunt naar de universiteit gaan en aan de voeten
zitten van de meest geleerde Gamaliël van deze tijd, maar u kunt nooit
de waarheid in het hart kennen, tenzij de Heilige Geest u die
onderwijst. We kennen nooit een waarheid in haar kracht, tenzij die in
onze ziel wordt gebrand als met een heet ijzer, of totdat die gegraveerd
wordt als op koper door de geheime openbaring van de Geest. Slechts de
Geest van God kan de waarheid met het hart inéén weven en haar tot een
deel van onszelf maken, zodat zij in ons is en wij in haar. Bent u op
deze manier in de waarheid geleid? Als dat zo is, geef dan God de eer,
want zo geeft de Geest van God het waarmerk van uw aanneming.
De
kinderen van God worden niet alleen binnen geleid in de kennis, maar ook
in de liefde. Ze worden ertoe gebracht om zowel de warmte
van de liefde te ervaren als het licht van de waarheid te zien. De Geest
van God laat elke echt wedergeboren zoon van God branden van liefde voor
de rest van het gezin. Wie een vreemdeling is voor de Christelijke
liefde, is een vreemdeling voor de Goddelijke genade. Broeders, we
hebben onze meningsverschillen, want wij wonen daar, waar wel ergenissen
moeten komen, maar we willen graag heel traag zijn in het ergeren en nog
trager in het ergernis geven, want we zijn één in Christus Jezus en
onze harten worden samen verbonden door Zijn Geest. Ik ga ervan uit, dat
geen eerlijk man zijn mond dient te houden met betrekking tot de
dwalingen van het ogenblik; het is een slechte methode om er zo
gemakkelijk vanaf te komen, of om een populariteit te krijgen, die de
moeite van het hebben niet waard is. Wij moeten de waarheid spreken, of
we nu aanstootgevend of aangenaam zijn, maar dit moet in liefde
en vanuit liefde worden gedaan. God beware ons voor die suggestie van
satan die ons adviseert alleen die aardige dingen te zeggen, die de oren
van mensen behagen, want hij, die aan die overreding toegeeft, is een
verrader van de waarheid en van de zielen van mensen. De echte man Gods
moet zich uitspreken tegen elk kwaad en elke valse weg, maar er klopt in
zijn hart een sterke genegenheid voor elk kind van God, wat ook zijn
dwalingen en zijn fouten mogen zijn. Het mes van de chirurg is gelukkig
wreed voor de kanker, niet uit kwaadwilligheid ten opzicht van zijn patiënt,
maar vanuit een eerlijk verlangen om hem goed te doen; zo’n
liefdevolle trouw moeten we stimuleren. Liefde voor de heiligen is het
kenteken van de heiligen. Er is een inwendige gemeente van Gods eigen
uitverkorenen binnen elke christelijke denominatie en deze gemeente
bestaat uit geestelijk verlichte mensen, die het merg en het geheim van
het evangelie kennen. Steeds wanneer ze elkaar ontmoeten herkennen ze
elkaar door een soort heilige broederschap, hoe verschillend ook hun
meningen mogen zijn. De ene Geest, Die hen allen leven maakt, springt in
hen op, als Die het ene leven in de boezem van de anderen herkent.
Ondanks hun verstandelijke meningsverschillen, hun kerkelijke
verbintenissen, hun leerstellige verschillen, zullen geestelijke mensen,
zodra ze het wachtwoord horen en het geheime teken waarnemen, uitroepen:
“Geef me de hand, mijn broeder, want mijn hart is net zo als dat van
u.” De Geest van God heeft mij geleid en Hij heeft u geleid en we gaan
stap voor stap samen onze weg; laten we daarom contact hebben met
elkander.” De buitenstaanders in het legerkamp, de gemengde menigte
die met ons Israël optrekt uit Egypte, vervallen tot vechten en
begeren, maar de kinderen van de levende God, die de centrale wacht rond
de ark des Heren vormen, zijn samen één van hart en zo moet het zijn.
“We weten dat we zijn overgegaan uit de dood in het leven, omdat wij
de broeders liefhebben.”
De Heilige Geest
leidt ons tot een vurige liefde voor de zielen van zondaren. Als
iemand zal zeggen: “Het is niet mijn zaak of mensen verloren gaan of
gered worden,” dan heeft de Geest van God hem nooit naar zo’n
onmenselijkheid toegeleid. Ingewanden van ijzer hebben nooit de
aanraking van de Geest der Liefde ervaren. Als ooit de geest en het
onderwijs van een prediker u op een wettige wijze tot de conclusie
leidde, dat u de verdoemenis van uw medemensen met zelfvoldaanheid of
onverschilligheid kunt beschouwen, dan mag u er zeker van zijn, dat de
Geest van God hem of u nooit in die richting heeft geleid. De duivel
heeft meer te maken met de meedogenloze theologie van sommige mensen,
dan zij zelf in de gaten hebben. Christus’ ogen weenden over het
noodlot van de zondaar, moge de Here er ons voor bewaren dat wij er
vanuit een andere geest aan denken. Wie zijn medemens, die hij gezien
heeft, niet liefheeft, hoe kan zo iemand God liefhebben, Die hij niet
gezien heeft? Kijkt God met voldaanheid naar de ondergang van ons
geslacht? Heeft Hij de mensen niet zozeer liefgehad, dat Hij Zijn
eniggeboren Zoon voor hen gaf? En wil Hij, dat Zijn eigen kinderen koud,
stoïcijns en onverschillig zijn ten opzichte van het verloren gaan van
mensenzielen? Geliefden, als wij wonen bij Kaïn en roepen: “Ben ik
mijn broeders hoeder?” dan heeft de Geest van God ons nooit daarheen
geleid. Hij leidt ons naar de tederheid, de sympathie, het mededogen en
de inspanning onder tranen, opdat wij, hoe dan ook, sommigen mogen
redden.
Verder, leidt de
Geest van God de zonen Gods naar heiligheid. Ik zal niet
proberen te definiëren wat heiligheid is. Dat wordt het best gezien in
het leven van heilige mensen. Kan het in uw leven worden gezien?
Geliefden, als u een felle onverzoenlijke geest hebt, heeft de Heilige
Geest u daar nooit toegebracht; als u vals bent in uw verklaringen en
onrechtvaardig in uw daden, dan heeft de Heilige Geest u daar nooit
toegebracht. Als ik hoor van een belijder van de godsdienst in de
danszaal of in het theater, dan weet ik dat de Heilige Geest hem daar
nooit naar toegebracht
heeft; als ik merk dat een kind van God zich vermengt met de
ongelovigen, hun taal gebruikt, en hun daden doet, dan ben ik er van
overtuigd dat de Heilige Geest hem daar nooit toegebracht heeft. Maar
als ik een mens zie, die leeft zoals Christus geleefd zou hebben, vol
liefde en tederheid, zonder angst, dapper, eerlijk, in alles er op
lettend een goed geweten te houden voor God en mensen, dan hoop ik dat
de Geest van God hem geleid heeft; als ik die mens oprecht voor zijn God
zie en vol integriteit voor zijn medemensen, dan hoop en geloof ik dat
de Geest van God zijn Leider is en zijn karakter beïnvloedt. “De
vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid,
vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing;
tegen zodanigen is de wet niet. En zij die Christus toebehoren hebben
het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.” Ik wens het
niet scherp te zeggen, maar ik ervaar dat ik duidelijk moet zijn en ik
voel me gedrongen om te zeggen dat er veel te veel huichelachtigheid is
onder belijdende Christenmensen. Velen dragen de naam Christelijk en
hebben verder niets dat christelijk aan hen is. Het is triest dat het zo
moet zijn, maar het is zo: valse belijders hebben de maatstaf van het
Christelijke karakter verlaagd en de kerk zo zeer op de wereld doen
lijken, dat het moeilijk is om te zeggen waar het ene begint en het
andere eindigt. We oefenen de kerkelijke tucht zo goed uit als we
kunnen, maar ondanks dat is er zaad van het kwaad dat zich niet
ontwikkelt in een openlijke zonde en die we zo niet door tucht kunnen
verwijderen, want het is ons verboden het onkruid uit te trekken, opdat
we niet de tarwe ermee uittrekken. Mannen broeders, we moeten heilig
zijn! Ons praten over orthodox zijn in het geloof heeft geen zin: we
moeten orthodox zijn in het leven en als we dat niet zijn, dan zal de
meest gezonde geloofsbelijdenis alleen maar onze veroordeling doen
toenemen. Ik hoor mensen roemen dat ze Non-conformist zijn tot op het
bot, alsof dat het wezenlijke zou zijn: het is veel beter om Christen te
zijn in het hart. Wat voor nut heeft de kerkelijke Nonconformiteit, als
het hart nog steeds conform is aan de wereld? Iemand anders zal er prat
op gaan dat hij Conformist is, maar wat voor goeds ligt daarin, tenzij
hij geconformeerd is aan het beeld van Christus? Heiligheid is de
belangrijkste overweging en als we daar niet heengeleid zijn door de
Geest der heiligheid, zijn we geen zonen Gods.
Verder
leidt de Heilige Geest degenen, die kinderen Gods zijn, naar een levende
godsvrucht – de verborgen essentie van geestelijk leven. De
Heilige Geest leidt de heiligen bijvoorbeeld naar gebed, dat de levende
ademhaling van hun ziel is. Steeds wanneer ze echt de toegang tot de
genadetroon krijgen, is het door Zijn kracht. De Heilige Geest leidt hen
ertoe het Woord te onderzoeken en opent hun verstand om het te
ontvangen; Hij leidt hen in de meditatie en in het verwerken van de kern
van de waarheid; Hij leidt hen naar de gemeenschap met Hemzelf en met de
Zoon van God. Hij verheft hen rechtstreeks vanuit de wereldse zorgen
naar hemelse overdenkingen; Hij leidt hen naar de hemelse plaatsen, waar
Christus zit aan de rechterhand van God en waar Zijn heiligen met Hem
regeren. Geliefden, hebt u ooit deze leidingen ervaren? Ik spreek
erover, maar begrijpt u ze? Zijn dit feiten, die u
voortdurend ervaart? Het is gemakkelijk om te zeggen: “Ja, ik weet wat
u bedoelt.” Hebt u ze ervaren? Zijn dit bij u alledaagse dingen? De
Here leeft en als u niet geleid bent in gebed en in de gemeenschap met
God, dan is de Geest van God niet in u en behoort u Hem niet toe.
Bovendien leidt de
Geest van God de zonen Gods naar bruikbaarheid; sommigen
op de ene weg en anderen op een andere weg, terwijl er een paar worden
geleid naar een verheven dienst en een zelftoewijding van de hoogste
orde. We prijzen God voor de zendelingen, die door de Geest van God zijn
geleid naar de wildste volksstammen om Jezus Christus te prediken. We
danken God voor de heilige vrouwen in ons land die werden geleid naar de
donkerste delen van deze stad om te werken onder hen, die het diepst
gevallen en verdorven zijn, om hen Christus te verkondigen, opdat Hij ze
tot Zich zou trekken. Gezegend zijn die mannen en vrouwen, die door de
Geest van God worden geleid naar een overvloediger werk, want des te
overvloediger zal hun vreugde zijn. Me dunkt dat ik u allen er aan
herinneren moet, dat, als u niets voor Jezus doet, de Geest van God u
nooit heeft geleid naar dit nietsdoen. Als u het vette eet en het zoete
drinkt in het huis van God, maar nooit een hand uitsteekt naar het
huishouden, dan kan de Geest van God u deze afschuwelijke luiheid niet
hebben geleerd. Er is iets te doen voor een ieder van ons, een talent
toevertrouwd aan de zorg van elke gelovige en als we de Geest van God in
ons hebben wonen, zal Hij ons vertellen wat de Here ons heeft opgedragen
om uit te voeren. Hij zal ons de kracht ervoor geven om het te doen en
Zijn zegel en zegen eraan hechten, als het gedaan wordt. Die dode ranken
van de wijnstok die geen trossen voor de Here opleveren, noch door
geduld in het lijden, noch door bedrijvigheid
in het werk, hebben niet het bewijs dat zij tot het gezin van het geloof
behoren. Zij, die niet deelnemen aan de arbeid voor Jezus, kunnen
nauwelijks hopen dat zij uiteindelijk deel zullen hebben aan Zijn
heerlijkheid bij Hem.
Zo
heb ik op een eenvoudige manier, zonder diep in deze zaak te duiken, u
een antwoord gegeven op de vraag: “Waarheen leidt de Geest van God de
zonen Gods?
II Ik zal nu nog
korter een andere vraag beantwoorden: HOE LEIDT DE GEEST DE ZONEN
GODS?
Het antwoord is als
volgt: de Geest van God werkt op een verborgen wijze in op onze
geest. We kunnen Zijn manier van werken niet uitleggen, behalve
dan dat we het misschien bij het juiste eind hebben als we concluderen,
dat Hij ongeveer op dezelfde wijze op onze geest inwerkt, als de wijze
waarop onze geest inwerkt op de geest van andere mensen, alleen Hij doet
het op een edeler wijze. Nu, hoe beïnvloed ik de geest van mijn vriend?
Ik doe dit gewoonlijk door hem iets mee te delen wat ik weet, waarvan ik
hoop dat het macht zal hebben over zijn denken door hem motieven aan te
reiken en zo zijn daden te beïnvloeden. Ik kan niet op een mechanische
manier inwerken op het denken van mijn naaste; geen instrument kan het
hart aanraken, geen hand kan het verstand vormgeven. We bewerken materie
door middel van machines, maar we werken in op het verstand door middel
van argumenten, door de rede, door onderwijs en zo proberen wij mensen
te vormen naar onze wens. Een groot instrument dat de Heilige
Geest gebruikt op het denken, is het Woord van God. Het Woord,
zoals we dat in gedrukte vorm hebben in de Bijbel, is het grote
instrument in de hand van God om de kinderen Gods op de juiste weg te
leiden. Als u wilt weten wat u moet doen, zeg dan zoals die oude Schot
gewend was tegen zijn vrouw te zeggen: “Wil je me die Bijbel even
aanreiken?” Dat is de kaart van weg, de hemelse gids in de rugzak van
de pelgrim en als u geleid wordt door het Woord van God, gaat de Geest
van God met het Woord mee. Hij werkt door middel daarvan, en u wordt
geleid door de Geest van God. Citeer hoofdstuk en tekst voor een
bepaalde daad en als u het gedeelte niet hebt verdraaid kunt u er zeker
van zijn dat u juist hebt gehandeld. Wees er zeker van dat een bepaald
iets een bevel van God is, geschreven in het boek, dat geïnspireerd
werd door de Heilige Geest en u hebt niet een stem van de donder uit de
hemel of het gefluister van een engel nodig; u hebt een zekerder Woord
van profetie en u zult er goed aan doen dat u er acht op slaat als op
een licht, dat schijnt op een donkere plaats.
De
Geest van God spreekt ook door Zijn dienaren. Het gepredikte
woord wordt dikwijls gezegend, evenals het geschreven Woord, maar dit
kan slechts het geval zijn, wanneer het gepredikte woord in
overeenstemming is met het geschreven Woord. Op bepaalde momenten lijken
Gods dienaren het geschreven woord haar eigen stem te geven, zodat het
klinkt, alsof het net werd gesproken door de ziener, die het
oorspronkelijk ontving. Als zij spreken, druppelt het in het oor als
honing uit de raat. Het springt op als water uit de bron; bij die
gelegenheden komt het vers en warm in het hart, zelfs met meer energie
dan wanneer we het alleen lezen in onze binnenkamer. Hoe vaak ervaren
we, wanneer we een waarheid in een boek lezen, (zelfs als dat boek Gods
Woord is) dat onze luie toestand het belet dat het zo’n macht heeft
over ons, als het heeft wanneer een man Gods die het ervaren heeft en
geproefd heeft, ervan spreekt, terwijl hij zijn eigen ziel hierbij
uitstort. Moge God geven dat de bediening, die u gewoon bent bij te
wonen, voor u de stem van God mag zijn. Moge het leiding voor uw voeten
zijn, troost voor uw hart, bekrachtiging voor uw geloof en verfrissing
voor uw ziel. Moge u, wanneer u zit in het huis des gebeds, ervaren:
“Dat woord is voor mij: ik kwam hier niet wetend wat ik moest doen,
maar nu heb ik leiding ontvangen; ik was zwak en afgemat, maar ik heb
troost en kracht gekregen. De stem van de voorganger is als het woord
Gods voor mijn ziel geweest en nu ga ik getroost mijn weg, zoals Hanna
deed, toen de dienstknecht des Heren van vrede tot haar ziel had
gesproken.”
Over
een ander punt wil ik graag met grote voorzichtigheid spreken en ik wil
graag dat u er met nog meer voorzichtigheid aan denkt, want het is een
zaak die jammerlijk is misbruikt en voor fanatieke doeleinden is
gebruikt. Ik geloof dat de Geest van God, direct, zelfs los van
het Woord, spreekt in het hart van de heiligen. Er zijn
innerlijke aansporingen die van harte gehoorzaamd moeten worden,
verborgen en stille leidingen, die onvoorwaardelijk moeten worden
gevolgd. Dit is geen onderwerp voor een alledaags gesprek, maar het is
bedoeld voor het oor van de verstandige gelovige, die ons niet verkeerd
zal begrijpen. Soms zult u, u weet niet waarom, van binnen als het ware
tegengehouden worden, zoals Paulus dat overkwam, toen hij probeerde naar
Mysië te gaan, maar de Geest stond het hem niet toe. Er is een bepaalde
daad die u wel of niet zou kunnen doen, maar er komt een aandrang over u
die lijkt te zeggen: “Dat niet, of nu niet.” Doe die innerlijke
dwang geen geweld aan. “Doof de Geest niet uit.” Op een ander moment
zal er iets, wat juist is om te doen, een tijdlang door u vergeten zijn,
maar dan wordt het u met kracht duidelijk, dat het meteen gedaan moet
worden en om de één of andere reden kunt u die indruk niet van u af
schudden. Doe die impuls geen geweld aan. De Heilige Geest spreekt niet
tot ieder mens op zo’n manier, maar Hij heeft bevoorrechten en dezen
moeten angstvallig bezorgd over het voorrecht waken, want misschien zal
de Heilige Geest, als zij doof zijn wanneer Hij spreekt, nooit meer op
die manier tot hen spreken. Als wij eerbiedig gehoorzaam zijn aan de
Goddelijke vermaningen zullen ze veel vaker bij ons voorkomen.
“Wel,” zegt iemand, “je gaat de kant van de Quakers op.” Daar
kan ik niets aan doen. Als dit het Quakerdom is, dan ben ik wat dit
betreft een Quaker. Namen zeggen me op de één of andere manier niets.
Een ieder van u weet of uw persoonlijke ervaring datgene, wat ik nu naar
voren heb gebracht, bevestigt, of laat hier anders verder de vraag met
rust, want let er op, dat ik dit met voorzichtigheid opper en zulke
vermaningen niet verhef tot onvervangbare tekenen van een kind van God.
Er wordt een verhaal verteld (en sommigen van ons zouden er vele kunnen
vertellen, die even opvallend zijn) van een bepaalde vriend, die op een
nacht de drang kreeg zijn paard uit de stal te halen en ongeveer zes of
zeven mijl te rijden naar een bepaald huis, waar iemand woonde, die hij
nooit had gezien. Hij kwam midden in de nacht aan en klopte op de deur.
De huiseigenaar, die in grote verwarring leek te zijn, deed de deur voor
hem open. De middernachtelijke bezoeker zei: “Vriend, ik ben naar u
toegestuurd; ik weet niet waarom, maar de Here heeft zeker een reden dat
hij mij naar u heeft toegestuurd. Is er iets speciaals in uw
situatie?” De man was stomverbaasd, vroeg hem mee naar boven te komen
en daar liet hij hem een strop zien, vastgeknoopt aan een balk. Hij was
bezig het touw om zijn nek te doen om zelfmoord te plegen, toen er op de
deur werd geklopt. Hij besloot dat hij naar beneden zou gaan en zou
opendoen, dan zou hij terugkeren en zichzelf ombrengen, maar de vriend,
die God had gestuurd, praatte met hem, bracht hem tot bedaren en hielp
hem in de financiële moeilijkheid, die hem zo veel last bezorgde. De
man leefde verder als een achtbaar christen. Ik verklaar ernstig dat
aansporingen die even krachtig waren, mij hebben geleid en hun resultaat
was in elk geval opmerkelijk voor mij. Voor het grootste deel zijn dit
geheimen tussen God en mijn eigen ziel. Ik wil niet graag het zegel
verbreken en ze aan anderen vertellen. Er zijn te veel zwijnen rondom
ons om erg kwistig met onze paarlen te zijn. Als we gehoorzaam waren aan
zulke impulsen zouden we, als we al geen zelfmoord verhinderden, zielen
kunnen redden en dikwijls in de handen van God zijn als engelen gestuurd
van de hemel. Maar we zijn als het paard en het muildier, die geen
verstand hebben, wier bek onder controle moet worden gehouden met bit en
toom; we zijn niet teder genoeg om gevoelig te zijn voor Goddelijke
invloed, wanneer die komt en dus heeft de Here er geen behagen in om zo
dikwijls, als wij konden wensen, tot velen van ons te spreken op deze
manier. Toch is het waar dat “allen die door de Geest Gods geleid
worden,” hoe Hij hen ook moge leiden, “zonen Gods zijn.”
Laat
me hier opmerken dat het “geleid worden door de Geest
van God,” een opvallende uitdrukking is. Er wordt niet gezegd:
“Zovelen als er gedreven worden door de Geest van God.” Nee, de
duivel is een drijver en wanneer hij intrekt bij mensen of bij zwijnen,
drijft hij hen verwoed op. Herinner u hoe de hele kudde met geweld de
steile helling afrende, de zee in. Steeds wanneer u een man fanatiek en
heftig ziet, is de geest in hem, welke het ook moge zijn, niet de Geest
van Christus. De Geest van Christus is krachtig; Hij werkt machtig, maar
het is een rustige Geest; Hij is niet een adelaar, maar een duif. Hij
komt als een ruisende wind en vult het huis waar de discipelen zitten,
maar terzelfder tijd komt Hij niet als een wervelwind uit de woestijn om
de vier hoeken van de woning aan te grijpen om er zo een ruïne van te
maken. Hij komt als een vuurvlam en zet Zich op een elk van de
gunstelingen, maar het is geen vuurvlam, die het huis verbrand en
Jeruzalem vernietigt. Nee, de Geest van God is vriendelijk, Hij drijft
niet op, maar Hij leidt. “Zovelen als er geleid worden door de Geest
Gods, zijn zonen Gods.” Door zo te werken behandelt de Geest ons met
achting; Hij gaat niet met ons om als met stom, voortgedreven vee, of de
golven der zee die geen ziel hebben; Hij behandelt ons als verstandige
wezens, die gemaakt zijn om te denken en te overwegen. Hij leidt ons
zoals een man zijn kind leidt, of zoals iemand zijn metgezel leidt en
door ons verstand en onze wil aan zo’n Goddelijke Geest te onderwerpen
worden wij gerespecteerd. Nooit is de wil echt vrij, totdat de Heilige
Geest die op een zachte
manier onderwerpt tot bereidwillige gehoorzaamheid.
Zo
werkt de Geest van God, hoewel we de manier niet kunnen uitleggen, want
die is te wonderlijk voor ons. We zouden spoediger het pad van een
adelaar in de lucht kennen of de weg van een slang op een rots. Zoals we
niet kunnen lopen om de bronnen van de zee na te speuren, zo is dit ook
verborgen voor alle levende wezens. We hebben iets over het onderwerp
gezegd en voor zover we kunnen, hebben we de vraag beantwoord: “hoe
leidt de Geest van God de kinderen Gods?” Maar wij zijn zo beperkt en
we weten niets. Daarom gaan we verder onder het belijden van onze
onwetendheid.
III De laatste vraag
is: WANNEER LEIDT DE GEEST DE ZONEN GODS? Ach broeders, die vraag moet
met veel zorg beantwoord worden.
De Geest van God zou
altijd de zonen Gods willen leiden, maar helaas zijn er
tijden, dat zelfs Gods kinderen niet geleid willen worden. Ze zijn
eigenzinnig, koppig en zij springen opzij. De gezonde toestand van een
kind van God is, dat hij altijd geleid wordt door de Geest van God. Let
hierop – elke dag geleid door de Geest: niet alleen op zondag, niet
alleen tijdens een periode die apart gezet is om te bidden, maar
gedurende elke minuut van elk uur van elke dag. Wij dienen door de Geest
geleid te worden in zowel kleine dingen, als in grote zaken, want let
op, als wij door de Geest werden geleid in heel ons leven, in alle
overige zaken en als dan toch één daad, los van de Geest, de kans
kreeg zijn volledige resultaat te krijgen, dan zou het ons ruïneren. De
genade is, dat God onze ziel herstelt, maar er is nooit een enkel uur,
waarop een christen het zich kan veroorloven van de weg van de Geest af
te dwalen. Als u een gids had langs een ingewikkeld pad en u zou hem
toestaan dat hij u een half uur leidt en u zou dan zeggen: “Nu, de
volgende vijf minuten zal ik mijn eigen richting bepalen,” dan zou u
in die korte tijdsperiode het voordeel van het hebben van een gids kwijt
zijn. Het is duidelijk dat een loods, die maar zo nu en dan de richting
van het schip bepaalt, nauwelijks beter is dan geen loods. Als u zou
reizen langs een onbekend en moeilijk pad, dan zouden alle aanwijzingen
nutteloos worden gemaakt als u ging zeggen: “Ze vertelden me om bij
deze bocht rechtsaf te slaan, maar ik ben van plan het links te
proberen.” Die ene bocht zal de rest van uw reis daarna beïnvloeden.
Als wij dwalen en we zijn echt zonen Gods, dan zal onze Goddelijke
Leider ons met bittere tranen terug doen keren op onze schreden en ons
doen voelen wat voor een kwaad en bitter iets het is om onze eigen
misleidingen te hebben gekozen. Als we van onze Goddelijke Leider
wijselijk gebruik maken, zullen we Hem altijd volgen. Kind van God, de
Geest moet u in alles leiden. “Wel, maar,” zegt u, “zal Hij
dat doen?” Ach. “Zal Hij?” Ja, tot uw verbazing. Wanneer u in
moeilijkheden bent, raadpleeg dan de Heilige Geest in het Woord. Luister
naar wat God spreekt in het geïnspireerde boek en als daar geen licht
vandaan komt, kniel dan neer en bidt. Als u op het platteland een
richtingaanwijzer ziet en het zegt u welke kant u op moet, dan volgt u
blij de aanwijzingen ervan, maar als u in uw verwarring geen
richtingaanwijzer ziet, wat moet u dan doen? Bidden. Vertrouw
uzelf toe aan de Goddelijke leiding en u zult geen vergissing maken,
want zelfs al zou u toevallig de ruwste weg nemen, dan zal het de juiste
voor u zijn, als u die met heilige voorzichtigheid en in de vreze van
God hebt uitgekozen. Geliefden, de Here zal nooit een schip op de rotsen
laten lopen, waarvan Hem het roer in handen is gegeven. Geef het roer
aan God, en uw boot zal door het slingerende kanaal van het leven gaan,
elke zandbank en onzichtbare rots vermijden en veilig aankomen in de
mooie haven van de eeuwige zegen.
De
vraag – wanneer worden de zonen Gods geleid door de Geest? moet aldus
worden beantwoord, - wanneer zij zijn zoals zij moeten zijn, zullen ze
altijd duidelijk door Hem geleid worden. Hoewel ze, ten gevolge van de
zonde in hen, niet altijd in dezelfde mate gehoorzaam zijn, is toch de
macht die gewoonlijk hun leven beïnvloedt, de Geest van God.
Nu
ik afsluit, gebruik ik de tekst als volgt. Ten eerste als een test.
Ben ik een kind van God? Als dat zo is, word ik geleid door de Geest.
Word ik geleid door de Geest? Ik ben bang dat sommigen van u nooit over
deze zaak nadenken. Door wie wordt u geleid? Honderden godsdienstige
mensen worden geleid door hun predikant of door een christenvriend en
tot op zekere hoogte is dat goed voor hen. Maar hun godsdienst zal een
mislukking zijn, tenzij ze worden geleid door de Geest. Laat me de vraag
opnieuw stellen, opdat u zich er niet aan onttrekt, - wordt u geleid
door de Geest? Als dat zo is, bent u een kind van God en als dat niet zo
is, bent u niet één van de Zijnen.
Dat
geeft me een tweede manier om de tekst te gebruiken, namelijk, bij wijze
van troost. Als u een kind van God bent, zult u door de
Geest geleid worden. Nu, bent u vanavond in twijfel? Bent u in de war?
Bent u in moeilijkheden? Dan zullen de zonen Gods geleid worden door de
Geest en zult u geleid worden. Misschien kijkt u een heel eind in de
toekomst en bent u bang voor moeilijkheden als u oud bent, of bij de
dood van een familielid. Nu, God heeft ons geen ogen gegeven om in de
toekomst te spieden. Wat is het nut van ons turen naar iets, wat we niet
kunnen zien? Laat het allemaal over aan uw Hemelse Vader en u zult
zonder dwalen geleid worden door de Heilige Geest. Als u op de plaats
komt waar u dacht dat er een moeilijkheid zou zijn, zal er
waarschijnlijk geen zijn. “Wie zal de steen voor de ingang van het
graf wegrollen?” zeiden de heilige vrouwen, maar toen ze bij het graf
kwamen, zie, toen was de steen reeds weggerold. Ga verder als een kind
van God, wandelend door geloof, met de
volle zekerheid dat het pad van het geloof, al is het dan niet
gemakkelijk, altijd een veilig pad zal zijn; alles zal goed komen en u
zult langs de juiste weg naar een stad ter woning worden geleid.
Het
laatste woord van alles is: de tekst is een verzekering.
Als u wordt geleid door de Geest van God, dan bent u zeer zeker een zoon
van God. Kunt u vanavond zeggen: “Ik geef me inderdaad over aan de wil
van de Here. Ik ben niet volmaakt, ik wens dat ik het was; ik ben
beladen met duizend zwakheden, maar toch, als de Here mij wil
onderwijzen, ben ik bereid om te leren, als Hij geduld met me zal
hebben, wil ik me inspannen om Hem te volgen. O, wat zou ik er veel voor
willen geven om volmaakt heilig te zijn! Ik verlang ernaar om van binnen
rein te zijn. Ik wens boven alle andere dingen in deze wereld, dat ik
nooit mijn God mag bedroeven, maar met Hem mag wandelen in het licht,
zoals Hij in het licht is en gemeenschap met Hem mag hebben, terwijl het
bloed van Jezus Christus Zijn Zoon mij reinigt van alle zonde.” Mijn
broeder, wees er goed van verzekerd dat niemand daar ooit naar
verlangde, dan slechts Gods kinderen. Vlees en bloed hebben dit niet
geopenbaard. Geen enkele ziel, uitgezonderd een erfgenaam van de hemel,
had ooit zulke wensen, verlangens en zuchten naar heiligheid en zo’n
verdriet om mislukkingen en vergissingen. De tekst zegt niet: “Wie
rent in de Geest, is een zoon van God,” maar wie geleid wordt
door de Geest van God. Nu, we kunnen struikelen terwijl we worden
geleid; een man kan heel erg langzaam vooruit komen, terwijl hij geleid
wordt; hij gaat misschien op krukken, terwijl hij geleid wordt; hij
kruipt misschien op handen en voeten, terwijl hij geleid wordt, maar
geen één van deze dingen kan per slot van rekening verhinderen, dat
hij echt geleid wordt. Bij al uw zwakheden en gebreken is dit het punt:
wordt u door de Geest van God geleid? Als u dat wordt, dan worden al uw
zwakheden en mislukkelingen u vergeven ter wille van de naam van
Christus en uw geleid worden, is het kenmerk van het feit, dat u van
boven af geboren bent. Ga naar huis en verheug u in uw zoonschap, en bid
God dat Hij u, als u zwak bent geweest, sterk maakt; als u lam bent
geweest, dat Hij u geneest en als u op handen en voeten hebt gekropen,
dat Hij u helpt rechtop te lopen. Maar, uiteindelijk, prijs Hem dat Zijn
Geest inderdaad u leidt. Als u slechts kunt lopen, vraag Hem dat Hij u
laat rennen; als u kunt rennen, vraag Hem dat u opstijgt op vleugelen
als arenden. Wees niet tevreden met iets dat minder is dan de hoogste
talenten en tezelfdertijd, als u ze nog niet bereikt hebt, wanhoop dan
niet. Bedenk dat er in de meeste gezinnen baby’s zijn naast mannen en
vrouwen: het kleine kind dat in lange kleren op de arm gedragen wordt en
aan de borst gelegd wordt, is even geliefd voor de ouder als de zoon die
in de kracht van zijn mannelijkheid aan de zijde van zijn vader
marcheert en zijn deel op zich neemt in de strijd van het leven. U bent
zonen Gods als u geleid wordt door de Geest, hoe klein uw gestalte en
hoe zwak uw genade ook is. De leeftijd, kracht of opleiding van de mens
zijn niet beslissend voor zijn zoonschap, maar de echtheid van zijn
geboorte is de allerbelangrijkste zaak. Zorg ervoor dat u geleid wordt
door de Geest, anders is uw afkomst niet van boven.
Als
u veroordeeld bent door deze preek, vlucht dan naar Jezus en rust dan
berouwvol en vol vertrouwen in Hem. Moge de Geest van God u leiden om
dat te doen, en dan bent u een kind van God. Moge Hij u zegenen. Amen.
©
Copyright vertaling 2004 B. Kroeze, Doldersum. Alle rechten
voorbehouden.
info@mannavoorpelgrims.nl
Zie voor copyrightregels: www.mannavoorpelgrims.nl
|