|
|
HET
GEBED VAN ONZE HERE VOOR DE HEILIGMAKING VAN ZIJN VOLK
Printversie:
Een
toespraak gehouden op zondagmorgen 7 maart 1886 door C.H. Spurgeon.
De
tekst is Johannes 17:17 “Heilig hen door
Uw waarheid: Uw Woord is de waarheid.” (King James Version)
Onze
Here Jezus bad veel voor Zijn volk, terwijl Hij hier op aarde was. Hij
maakte Petrus tot het speciale onderwerp van Zijn voorbede, toen Hij wist
dat hij in buitengewoon gevaar verkeerde. De worstelingen van de Zoon des
Mensen te middernacht waren voor Zijn volk. In het heilige verslag van het
leven van de Christus wordt echter, naarmate Hij het einde van Zijn arbeid
nadert, veel meer ruimte in beslag genomen door de voorbeden van onze
Here. Na het afsluitende avondmaal, toen Zijn openbaar predikerswerk beëindigd
was en er niets meer overbleef om te doen dan te sterven, gaf Hij Zich
geheel aan het gebed. Hij zou niet nog een keer de menigte onderwijzen of
zieken genezen en in de tussentijd, die overbleef voordat Hij Zijn leven
af zou leggen, omgordde Hij Zich voor een speciale voorbede. Hij stortte
Zijn ziel uit in het leven, voordat Hij het uitstortte in de dood.
In dit wondervolle
gebed schijnt onze Here, als onze grote Hogepriester, dat vaste ambt van
voorbede op Zich te nemen, dat Hij nu uitoefent aan de rechterhand van de
Vader. Onze Here scheen altijd in het vuur van Zijn liefde vooruit te
lopen op Zijn werk. Voordat Hij apart gezet werd voor Zijn levenswerk door
het neerdalen van de Heilige Geest op Hem, moest Hij bezig zijn met de
dingen van Zijn Vader; voordat Hij uiteindelijk leed in de handen van
wrede mensen, had Hij een doop waarmee Hij gedoopt moest worden en was Hij
beklemd, totdat het volbracht was; voordat Hij werkelijk stierf, werd Hij
bedekt met bloedig zweet en was hij buitengewoon bedroefd, ja ten dode
toe; in deze situatie deed Hij, voordat Hij persoonlijk het voorhangsel
binnenging, voorbede voor ons. Hij treuzelt nooit, wanneer het welzijn van
Zijn volk om Hem roept. Zijn liefde heeft zowel vleugels als voeten: het
is voor altijd waar van Hem: “Hij reed op een cherub en vloog: ja, Hij
vloog op de vleugels van de wind.” O geliefden, wat een vriend hebben we
in Jezus! Zo bereidwillig, zo snel om alles voor ons te doen wat we nodig
hebben. O, dat we Hem hierin konden navolgen en snel van begrip waren om
onze taak op te merken en om vurig van hart eraan te beginnen.
Dit hoofdstuk, dat
overal bekend behoort te zijn als het Gebed des Heren, kan het Heilige der
heiligen van het Woord van God worden genoemd. Hier worden we toegelaten
op die verborgen plaats, waar de Zoon van God spreekt met de Vader in de
nauwste gemeenschap van liefde. Hier kijken we in het hart van Jezus, als
Hij Zijn wensen en verzoeken ten behoeve van ons voor Zijn Vader
uiteenzet. Hier tilt de inspiratie haar sluier op en zien we de waarheid
van aangezicht tot aangezicht. Onze tekst ligt ongeveer in het midden van
het gebed; het is het hart ervan. Het verlangen van onze Here naar de
heiliging van Zijn volk doortrekt het gehele gebed, maar het wordt
samengevat, verklaard en geïntensiveerd in die ene zin, die ik u heb
voorgelezen: “Heilig hen door Uw waarheid: Uw Woord is de waarheid.”
Hoe onschatbaar moet de zegen van heiligmaking zijn, wanneer onze Here op
het hoogtepunt van Zijn voorbede roept: “Heilig hen!” Met het
vooruitzicht op Zijn lijden, op de avond voor Zijn dood heft onze Heiland
Zijn ogen op tot de grote Vader en roept met Zijn klagende stem: “Vader,
heilig hen.” De plaats, waarop wij staan, is heilige grond en het
onderwerp waarover wij spreken, vereist onze ernstige aandacht. Kom
Heilige Geest en leer ons de volledige betekenis van dit gebed om
heiligheid!
Ten eerste vestig ik
uw aandacht op wat de Heiland vraagt – “heilig hen”; en dan, voor
wie Hij het vraagt – het is voor degenen, die Zijn Vader Hem gegeven
had. Ten derde zullen we opmerken van Wie hij het vraagt: Hij
vraagt deze heiliging van God de Vader Zelf, want Hij alleen is het, Die
Zijn volk kan heiligen. Ten slotte zullen we ons afvragen: “Hoe wordt
deze zegen tot stand gebracht?” – “Heilig hen door Uw
waarheid”; en onze Here voegt er een zin als uitleg bij, welke een
belijdenis was van Zijn eigen geloof ten opzichte van het Woord des Heren
en een voorschrift voor ons geloof wat betreft deze zaak. “Uw Woord is
de waarheid.”
I Om te beginnen dan,
overdenk WAT HIJ VROEG. Wat is deze onschatbare zegen, die onze Heiland zo
vurig vraagt uit de hand van de Vader? Hij bidt eerst: “Heilige Vader,
bewaar hen”; en nogmaals: “Bewaar hen voor de boze”, maar deze, als
het ware, ‘negatieve’ zegen van bewaring voor de boze is niet genoeg:
Hij zoekt voor hen positieve heiligheid en daarom roept Hij: “Heilig
hen.” Het woord heeft een behoorlijk brede betekenis: ik ben niet in
staat al de aspecten ervan na te lopen, maar één of twee moeten
voldoende zijn.
Het betekent in de
eerste plaats, wijdt hen toe aan Uw dienst; want zo moet verderop
de betekenis van het woord zijn, wanneer we lezen: “Ik heilig Mijzelf
voor hen.” In het geval van de Here kan het niet reiniging van zonde
betekenen, omdat onze Heiland onbesmet was; Zijn natuur was niet bevlekt
door de zonde en Zijn daden waren smetteloos. Geen oog van een mens of
blik van de satan kon een fout in Hem ontdekken en het onderzoek van God
resulteerde slechts in de verklaring, dat God in Hem een welbehagen had.
De heiliging van onze Here was Zijn toewijding aan de vervulling van het
Goddelijke plan, Zijn opgaan in de wil van de Vader. “Zie, Ik kom om Uw
wil te doen, o God.” In deze betekenis vraagt onze Here in Zijn
voorbede, dat heel Zijn volk door de Vader mag worden aangesteld en
toegewijd aan heilige dienst. Het gebed betekent: “Vader wijdt hen toe
aan Uzelf; laat hen tempels zijn voor Uw inwoning, instrumenten voor Uw
gebruik.” Onder de Joodse wet was de stam van Levi gekozen uit de twaalf
en aangesteld in de dienst van de Here in plaats van de eerstgeborenen,
van wie de Here had gezegd: “Al de eerstgeborenen van de kinderen Israëls
zijn de Mijne: op de dag dat Ik elke eerstgeborene in het land Egypte
sloeg, heiligde Ik hen voor Mijzelf.” (Numeri 8:17) Uit de stam van Levi
werd één gezin genomen en toegewijd aan het priesterschap. Van Aäron en
zijn zonen wordt gezegd, dat zij geheiligd zijn (Leviticus 8:30). Een
bepaalde tent werd geheiligd voor de dienst van God en werd voortaan een
heiligdom en de voorwerpen, die daarin waren, of ze nu groot of klein
waren, zoals het altaar, de heilige tafel en de ark van het verbond, of
dat ze van een lagere rang waren, zoals de schalen en de snuiters van de
kandelaar, werden alle toegewijd of geheiligd (Numeri 7:1). Geen van deze
dingen kon voor een ander doel worden gebruikt dan voor de dienst van
Jehovah. In Zijn hoven was er een heilig vuur, een heilig brood en heilige
olie. De heilige zalfolie bijvoorbeeld, werd gereserveerd voor heilig
gebruik. “Op het lichaam van een mens zal hij niet worden uitgegoten,”
en verder: “Wie iets dergelijks zal maken om eraan te ruiken, zal uit
zijn volk worden uitgeroeid.” Deze geheiligde dingen werden gereserveerd
voor een heilig doel – en elk ander gebruik ervan was streng verboden.
Stieren, lammeren, schapen, tortelduiven, enzovoort, werden door vrome
offeraars gegeven en werden naar de heilige plaats gebracht en toegewijd
aan God; voortaan behoorden ze toe aan God en moesten ze op Zijn altaar
worden aangeboden. Dit is één deel van de betekenis van het gebed van
onze Here. Hij wilde dat een ieder van ons toegewijd zou zijn aan de Here,
bestemd voor en gewijd aan een Goddelijk doel. We zijn niet van de wereld,
anders zouden we eerzuchtig kunnen zijn; we zijn niet van satan, anders
zouden we hebzuchtig kunnen zijn; we zijn niet van onszelf, anders zouden
we zelfzuchtig kunnen zijn. We zijn gekocht met een prijs en voortaan zijn
we van Hem, door Wie de prijs is betaald. We behoren toe aan Jezus en Hij
biedt ons aan aan Zijn Vader en vraagt Hem ons te aanvaarden en ons te
heiligen voor Zijn eigen doel. Stemmen we niet van ganser harte in met
deze toewijding? Roepen we niet: “Vader, heilig ons voor Uw dienst”?
Ik ben er zeker van dat we dat doen, als we ons onze verloste toestand
hebben gerealiseerd.
Geliefde broeders, als
het sprenkelen van het bloed, waarover we afgelopen zondag spraken,
werkelijk effect op ons heeft gehad, behoren wij, vanaf deze tijd,
voortaan Hem toe, Die voor ons stierf en weer opstond. We beschouwen
onszelf als Gods mensen, de geüniformeerde dienstknechten van de grote
Koning – dat uniform is de mantel der gerechtigheid. We waren als
schapen en dwaalden, maar we zijn nu teruggekeerd tot de grote Herder en
Opziener der zielen en voortaan zijn we Zijn volk en de schapen van Zijn
weide. Als iemand zou vragen: “Aan wie behoort u toe?” antwoorden we:
“Ik behoor toe aan Christus.” Als iemand informeert: “Wat is uw
beroep?” antwoorden we met Jona: “Ik vrees God.” We staan nu niet
tot onze eigen beschikking; ook kunnen we ons niet verhuren voor lagere
doeleinden, economische plannen of egoïstische ambities, want we zijn
door een plechtig contract verbonden aan de dienst van onze God. We hebben
onze hand opgeheven naar de Here en we kunnen ons niet terugtrekken. Ook
wensen we ons niet terug te trekken van de vreugdevolle overeenkomst en
het verbond; we verlangen die te houden tot aan het einde. We zoeken geen
vrijheid tot zondigen, of verlof voor onszelf; eerder roepen we: “Bind
het offer met touwen aan de hoornen van het altaar. Heilig ons, o Here.
Laat ons weten en laat heel de wereld weten, dat we van U zijn, omdat wij
aan Christus toebehoren.”
Hierbij komt verder,
dat degenen, die God toebehoren en werden toegewijd aan Zijn dienst, apart
werden gezet en afgezonderd werden van anderen. Er was een speciale
dienst voor het afzonderen van priesters; bepaalde ceremoniën werden
uitgevoerd bij het heiligen van gewijde plaatsen en voorwerpen. U
herinnert zich met welk een plechtige dienst de tabernakel werd opgericht
en met welk een luisterrijke wijding de tempel zelf werd afgezonderd voor
het dienen van God. De sabbatdag, die de Here heeft geheiligd, wordt apart
gezet van de rest van de tijd. Voor de mens is het een dies non (geen
dag), omdat het de dag des Heren is. De Here wilde dat diegenen, die
Hem worden toegewijd, afgezonderd worden van de rest van de mensheid. Met
dit doel bracht Hij Abraham uit Ur der Chaldeeën en Israël uit Egypte.
“Het volk zal alleen wonen en zal niet gerekend worden tot de natiën.”
De Here zegt van Zijn uitverkorenen: “Dit volk heb Ik voor Mijzelf
geformeerd; zij zullen Mijn lof verkondigen.” Al spoedig wordt dit
verborgen plan gevolgd door de openlijk oproep: “Daarom gaat weg uit hun
midden, en scheidt u af, spreekt de Here, en houdt niet vast aan het
onreine, en Ik zal u tot een Vader zijn en gij zult Mij tot zonen en
dochteren zijn.” De gemeente van Christus moet een reine maagd zijn,
helemaal apart gezet voor de Here Christus: Zijn eigen woorden over Zijn
volk zijn als volgt: “Ze zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de
wereld ben.”
Met de uitverkiezing
der genade voor de grondlegging der wereld begint dit onderscheid en de
namen worden opgeschreven in de hemel. Daarop volgt een bijzondere en
speciale verlossing, zoals er geschreven is: “Dezen werden gekocht uit
de mensen, de eerstelingen voor God en voor het Lam.” (Openbaring 14:4)
Deze verlossing wordt gevolgd door een krachtdadige roeping, waarbij
mensen ertoe worden gebracht uit de oude wereld over te gaan in het
Koninkrijk van Christus. Tegelijk vindt de wedergeboorte plaats, waarbij
zij een nieuw leven ontvangen en zo komt er een even groot verschil tussen
hen en hun medemensen als tussen de levenden en de doden. Dit afzonderende
werk wordt verder uitgevoerd in wat over het algemeen bekend staat als
heiligmaking, waardoor de mens, die van God is, steeds verder en verder
bij alle gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis vandaan
gehaald wordt en veranderd wordt van heerlijkheid tot heerlijkheid om zo
steeds meer te lijken op zijn Here, Die heilig, onschuldig, rein en
afgezonderd van zondaren was.
Zij, die in deze
betekenis geheiligd worden, hebben niet langer het ongelijke juk met
ongelovigen, ze volgen niet langer de meerderheid in het kwaad; zij worden
niet net zo als deze huidige slechte wereld; zij zijn vreemdelingen en
pelgrims op aarde. Des te meer dit zo is bij hen, des te beter. Er zijn
sommigen in deze afvallige dagen, die denken dat de gemeente niets beters
kan doen dan af te dalen naar het niveau van de wereld om haar gewoonten
te leren, haar grondregels te volgen en zich haar “cultuur” eigen te
maken. In feite is het idee, dat de wereld veroverd moet worden, doordat
wij net zo worden. Dit gaat evenzeer tegen de Schrift in als het licht
tegen de duisternis. Wanneer het zout haar kracht verloren heeft en het
bederf niet langer tegenhoudt, dan zal de wereld in sneltreinvaart
wegrotten. Die tekst is nog steeds waar: “Gij zijt van God, kinderkens,
en de gehele wereld ligt in het boze.” Het zaad van de vrouw
onderhandelt niet met het gebroed van de slang; er is voortdurend oorlog.
Op dit punt zegt onze Here, dat Hij niet kwam om vrede op aarde te
brengen, maar het zwaard. “Omdat gij niet van de wereld zijt, en Ik u
uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld u.” Als de gemeente
de vriendschap met de wereld zoekt, krijgt ze deze boodschap van de
Heilige Geest, door de pen van de apostel Jacobus: “Gij overspeligen,
weet gij niet, dat vriendschap met de wereld vijandschap is met God? Wie
daarom een vriend van de wereld wil zijn, is een vijand van God (King
James Version).” Hij beschuldigt allen, die de wereld zouden willen
behagen, van de zwarte en vuile misdaad van geestelijk overspel. Het hart,
dat aan Christus en de reinheid gegeven dient te worden, moet niet naar
willekeur gaan rondzwerven om de verontreinigde en vuile dingen van deze
huidige, slechte wereld het hof te maken. Afzondering van de wereld, dat
is het gebed van Christus voor ons.
Neem deze twee dingen
samen, toewijding aan God en afzondering voor Hem en u komt dichter bij de
betekenis van het gebed. Maar, let op, het is niet allemaal afzondering
wat er wordt bedoeld, want zoals ik u bij het lezen heb verteld, zijn er
sommigen die “zich afzonderen” en toch op gevoelens afgaan en de Geest
niet hebben. Afzondering om de afzondering ruikt eerder naar Babel dan
naar Jeruzalem. Het is één zaak om zich af te zonderen van de wereld en
een andere om afgezonderd te zijn van de gemeente. Waar we geloven, dat er
een levend geloof in Jezus is en de inwoning van de Heilige Geest, worden
we niet geroepen tot verdeeldheid, maar tot eenheid. Wat betreft
werkelijke en zichtbare zonde moeten we onszelf afzonderen van de
overtreders, maar wij dwalen, als we deze afzondering doorvoeren, waar die
niet steunt op het gezag van het Woord van God. De Corinthiërs en de
Galaten waren in hun leven verre van volmaakt en hadden veel fouten begaan
in de leer, ja, zelfs op vitale punten, maar aangezien ze waarlijk in
Christus waren, beval Paulus niemand van hen om uit die gemeenten te weg
te gaan en zich daarvan af te zonderen, maar hij spoorde hen aan, dat
ieder mens zijn eigen werk zou beproeven en hij spande zich in om hen
allemaal terug te brengen naar het ene en enige evangelie en naar een
helderder kennis daarvan. We moeten trouw zijn aan de waarheid, maar we
moeten niet strijdlustig van geest zijn en onszelf afzonderen van diegenen
die levende leden zijn van het ene en ondeelbare lichaam van Christus. De
eenheid van de gemeente promoten door nieuwe verdeeldheid te scheppen, is
niet verstandig. Stimuleer tegelijkertijd de liefde voor de waarheid en de
liefde voor de broeders. Het lichaam van Christus zal niet volmaakt worden
door het te scheuren. De waarheid moet de metgezel van de liefde zijn. Als
wij van harte zelfs diegenen liefhebben, die in bepaalde mate in dwaling
verkeren, maar die het leven van God in hun ziel bezitten, dan zullen we
des te waarschijnlijker hen op het juiste pad brengen. De afzondering van
de wereld is een ernstige plicht; inderdaad, het is het kardinale punt en
het hoofdthema van onze godsdienst. Het is niet gemakkelijk om met liefde
voor de mensen vervuld te worden en toch, ter wille van God en zelfs ter
wille van hun eigen zaak, van hen afgezonderd te worden. De Here lere ons
dit.
Terzelfder tijd,
betekent dit woord “heiligmaking” wat er meestal gewoonlijk onder
verstaan wordt, namelijk, het heilig maken van het volk van God. “Heilig
hen,” dat wil zeggen, bewerk in hen een heilig en rein karakter.
“Here, maak Uw volk heilig,” dient ons dagelijks gebed te zijn. Ik wil
graag dat u opmerkt dat dit woord, dat in het Grieks wordt gebruikt, niet
is wat wordt weergegeven met “reinigen”. Er is een nuanceverschil. Als
het “reinigen” had betekend, zou het eigenlijk niet gebruikt kunnen
zijn met betrekking tot onze Here, zoals dat gebeurd is in het volgende
vers.
Het heeft een hogere
betekenis dan dat. O broeders, als u christen wordt genoemd, dan hoort er
geen ruimte te zijn voor twijfel wat betreft het feit, dat u gereinigd
wordt van de gewone zonden en de gewoonlijke overtredingen van de
mensheid, anders bent u beslist een leugenaar voor God en een misleider
van uw eigen ziel. Zij, die op zedelijk gebied niet kloppen, zij, die niet
eerlijk zijn, zij, die niet vriendelijk zijn, zij, die niet waarachtig
zijn, zijn ver van het Koninkrijk. Hoe kunnen deze personen kinderen van
God zijn, als ze zelfs nog niet eens fatsoenlijke mensenkinderen zijn? Zo
oordelen wij en dat met recht. Het leven van God kan niet zijn in de ziel
van die mens, die eigenzinnig een bekende zonde blijft doen en daar
behagen in schept. Nee, reiniging is niet alles. We zullen als
vanzelfsprekend ervan uit gaan, dat u, die belijdt christen te zijn,
ontsnapt bent aan die vuile verontreiniging van begeerte en valsheid; als
u dat niet hebt gedaan, verootmoedig uzelf dan voor God en schaam u, want
u hebt het allereerste begin van de genade nodig. “Zij, die van Christus
zijn, hebben het vlees gekruisigd.” Maar heiligmaking is iets meer dan
alleen maar zedelijkheid en achtenswaardigheid; het is niet alleen
bevrijding van de gewone zonden van mensen, maar ook van de hardheid,
doodsheid en vleselijkheid van de natuur: het is bevrijding van dat, wat
het vlees op zijn best is en wat ingaat tegen het geestelijke en het
Goddelijke. Wat vleselijk is, komt niet in contact met het geestelijke
Koninkrijk van Christus: we hebben het nodig, dat de geestelijke natuur
uitstijgt boven dat, wat alleen maar natuurlijk is. Dit is ons gebed:
“Here, maak ons geestelijk, verhef ons, doe ons wonen in gemeenschap met
God, maak ons Hem bekend, Die vlees en bloed niet kan openbaren of
ontwaren.” Moge de Geest van de levende God volledig gezag over ons
hebben en in ons de wil des Heren volmaakt maken, want dit is geheiligd
worden.
Heiligmaking is een
sterker woord dan reiniging, want het omvat dat woord en nog heel veel
meer: het is niet voldoende om op ‘negatieve’ wijze schoon te zijn; we
moeten versierd worden met al de deugden. Als u alleen maar zedelijk
correct leeft, hoe gaat uw gerechtigheid dan uit boven die van de
schriftgeleerden en Farizeeën? Als u uw wettige schulden betaalt, aan de
armen aalmoezen geeft en de rituelen van uw godsdienst uitvoert, wat doet
u dan meer dan anderen, waarvan u zelf vindt dat zij in dwaling verkeren?
Kinderen van God
moeten de liefde van God laten zien: zij moeten vervuld worden met ijver
voor Zijn eer, zij moeten een mild, onzelfzuchtig leven leiden, zij moeten
wandelen met God en gemeenschap hebben met de Allerhoogste. Wij moeten een
doel en een plan hebben, dat veel hoger reikt dan de besten van de niet
wedergeboren mensen kunnen begrijpen. We moeten streven naar een leven en
een Koninkrijk, waar de massa van de mensheid niets van weet en nog minder
om geeft. Nu, ik ben bang dat deze geestelijke betekenis van het gebed
vaak wordt vergeten. O, moge Gods Heilige Geest ons die bekendmaken en
doen ervaren! Moge “Heilig voor de Here” hét kenmerk zijn van onze
toewijding!
Geliefden, dit gebed
van onze Here is zeer noodzakelijk, want hoe zouden we gered kunnen worden
zonder heiligmaking, omdat er geschreven is: “Zonder heiliging zal
niemand de Here zien”? Hoe kunnen we gered worden van de zonde, als de
zonde nog steeds heerschappij over ons heeft? Als we geen heilig,
godvruchtig, geestelijk leven leiden, hoe kunnen we dan zeggen, dat we
verlost zijn van de macht van het kwaad?
Zonder heiligmaking
zullen we niet geschikt zijn om te dienen. Onze Here Jezus was van plan
een ieder van ons in de wereld te zenden, zoals de Vader Hem in de wereld
zond, maar hoe kan Hij een opdracht geven aan ongeheiligde mannen en
vrouwen? Moeten de vaten van de Here niet rein zijn?
Zonder heiligmaking
kunnen we ons niet verheugen in de lieflijke kern van ons heilig geloof.
De ongeheiligden zitten vol twijfels en angsten. Geen wonder! De
ongeheiligden zeggen vaak van de uiterlijke ceremoniën van de godsdienst:
“Wat is het vermoeiend!” Dat is geen wonder, want ze kennen er de
innerlijke vreugde niet van, omdat ze nooit geleerd hebben zich in God te
verblijden. Als zij niet in het licht van het aangezicht van de Here
wandelen, hoe kunnen ze dan de hemel hier beneden kennen, die voortkomt
uit ware godsvrucht? O, het is een gebed dat voor mij, voor u, voor deze
gemeente en voor de hele gemeente van God, gebeden moet worden! “Vader,
heilig hen door Uw waarheid.”
II Nu wil ik dat u er,
in de tweede plaats, acht op slaat VOOR WIE DIT GEBED WERD OPGEZONDEN. Het
werd niet opgezonden voor de wereld daar buiten. Het zou niet een geschikt
gebed zijn voor hen, die dood zijn in zonde. Onze Here verwees naar het
gezelschap van mannen en vrouwen, die reeds gered waren, van wie Hij zei,
dat zij Gods Woord hadden bewaard: “Zij waren de Uwe en U hebt hen Mij
gegeven.” Ze waren daarom reeds geheiligd in de betekenis van toegewijd
worden en apart gezet worden voor een heilig doel en ze waren ook reeds in
zekere mate geheiligd in de betekenis van heilig gemaakt van karakter,
want de naaste discipelen van onze Here, met al hun dwalingen en
onvolkomenheden, waren heilige mannen. Jezus bad zo voor de apostelen,
zodat we er zeker van kunnen zijn, dat de meest uitnemende heiligen het
nog steeds nodig hebben, dat dit gebed voor hen wordt opgezonden:
“Heilig hen door Uw waarheid.” Hoewel, mijn zusters, u Deborah’s
kunt zijn en het waard bent moeders in Israël genoemd te worden, toch
moet u nog heiliger worden gemaakt. Hoewel, mijn broeders, u echte vaders
in God kunt zijn, over wie de Schrift naar waarheid zegt, dat we “niet
velen” hebben, toch hebt u het nog steeds nodig dat Jezus voor u bidt:
“Heilig hen door Uw waarheid.”
Deze uitverkorenen
werden geheiligd, maar slechts in een bepaalde mate. De rechtvaardigmaking
is volkomen op het moment dat ze wordt ontvangen, maar de heiligmaking is
een zaak van groei. Wie gerechtvaardigd wordt, wordt eens en voor altijd
gerechtvaardigd door het volkomen werk van Jezus; maar wie geheiligd wordt
door Christus Jezus moet in alle dingen toegroeien naar Hem, Die het Hoofd
is. Ons heilig te maken is een levenswerk en daarvoor moeten we elk uur de
Goddelijke werking zoeken, want “Hij, Die dit voor ons heeft bewerkt, is
God.” Wij zouden naar het hoogste niveau van heilig leven willen stijgen
en ons nooit tevreden willen stellen met wat nu bereikt is. Zij, die het
meest rein en achtenswaardig zijn, hebben nog steeds hun tekortkomingen en
dwalingen om over te treuren. Wanneer de Here het licht krachtig op ons
doet schijnen, zien we spoedig de vlekken op onze kleren. Inderdaad,
wanneer we wandelen in het licht zoals God in het licht is, zien we het
meest onze behoefte aan het reinigende bloed van Jezus. Als we iets goeds
hebben gedaan, dan zij God daarvan de eer, maar we hadden het beter kunnen
doen. Als we veel hebben liefgehad, dan moet Gods genade de eer krijgen,
maar we hadden meer lief kunnen hebben. Als we geloofd hebben, standvastig
geloofd hebben, dan hadden we nog veel meer moeten geloven in onze
Almachtige Vriend. We schieten nog steeds tekort; er is nog steeds iets
wat boven ons uitgaat. O u, geheiligden, het is voor u, dat Jezus bidt dat
de Vader u nog steeds heiligt.
Ik
wil dat u in ’t bijzonder erop let, dat deze gelovigen, voor wie onze
Here bad, predikers en leraren zouden worden van hun eigen generatie en de
toekomstige. Dezen vormden het handvol zaaikoren, waaruit de gemeente van
de toekomst zou groeien, waarvan de oogst alle landen zou verblijden. Om
hen erop voor te bereiden dat ze uitgezonden zouden worden als zendelingen
van Christus, moesten ze geheiligd worden. Hoe zal een heilig God
onheilige boodschappers uitzenden? Een ongeheiligde prediker is niet
gezonden. Een onheilige zendeling is een pest voor de stam, die hij
bezoekt; een onheilige leraar in een school is eerder iets schadelijks
voor de klas, die hij leiding geeft, dan een zegen. Slechts naarmate u
geheiligd bent voor God, kunt u hopen, dat de kracht van de Heilige Geest
op u rust en met u werkt om anderen aan de voeten van de Heiland te
brengen. Hoezeer kan een ieder van ons belemmerd en gehinderd zijn door
gebrek aan heiligheid! God zal geen onreine instrumenten gebruiken; nee,
Hij zal zelfs Zijn heilige vaten niet laten dragen door onreine handen.
“Tot de goddelozen zegt God: Wat doet gij Mijn inzettingen op te tellen
en neemt Mijn verbond in uw mond?” Een heel leger kan verslagen worden
vanwege één Achan in het legerkamp en dit is onze voortdurende vrees.
Heiligheid is een wezenlijke kwalificatie van iemands geschiktheid om door
de Here gebruikt te worden voor de uitbreiding van Zijn Koninkrijk;
vandaar het gebed van onze Here voor Zijn apostelen en andere werkers:
“Heilige Vader, heilig hen.”
Verder, onze Here
Jezus Christus stond op het punt om
te bidden “dat zij allen één zijn”. Hiervoor is heiligheid nodig.
Waarom zijn we niet één? Zonde is de grote splijtzwam. Volkomen heiligen
zouden volkomen verenigd zijn. Hoe heiliger mensen zijn, hoe meer ze hun
Here en elkaar liefhebben en zo wordt hun eenheid steeds hechter. Onze
dwalingen en onze zonden zijn wortels van bitterheid die opschieten en het
ons moeilijk maken en velen worden verontreinigd. Onze zwakheid van
oordeel wordt verergerd door onze onvolkomenheid van karakter en ons
wandelen, ver van onze God; deze brengen kilheid en lauwheid voort,
waaruit onenigheid, verdeeldheid, sekten en ketterijen groeien. Als wij
allen volledig in Christus bleven, zouden we in eenheid met elkaar en met
God blijven en het grote gebed van onze Here voor de eenheid van Zijn
gemeente zou zijn vervuld.
Bovendien beëindigde
onze Here Zijn veelomvattende gebed met de smeekbede, dat we allemaal bij
Hem zouden zijn – bij Hem, waar Hij is, opdat wij Zijn heerlijkheid
zouden zien. Hiervoor is volledige heiligmaking essentieel. Zullen de
onheiligen met Christus in de hemel wonen? Zullen onheilige ogen Zijn
heerlijkheid zien? Dat kan niet. Hoe kunnen we deelgenoten zijn van de
pracht en de overwinningen van het verheven Hoofd, als wij geen leden van
Zijn lichaam zijn? En hoe kan een heilig Hoofd onreine en oneerlijke leden
hebben? Nee, broeders, wij moeten heilig zijn, want Christus is heilig.
Oprechtheid van wandel en reinheid van hart zijn absolute vereisten voor
het doel van een christenleven, hetzij hier of in het hiernamaals. Zij,
die in zonde leven, zijn slaven van de zonde; slechts zij, die vernieuwd
worden door de Heilige Geest tot waarheid, heiligheid en liefde kunnen
hopen deelgenoten te worden van de heilige vreugde en de hemelse zegen.
III Door tijdgebrek
word ik gedwongen bij elk punt slechts kort stil te blijven staan, maar ik
moet het een poosje hebben over het derde onderwerp van de overweging. Dat
is: - AAN WIE WORDT DIT GEBED GERICHT. “Heilig hen door Uw waarheid.”
Niemand kan een ziel heiligen dan slechts de Almachtige God, de grote
Vader der geesten. Hij, Die ons maakte, moet ons ook heilig maken, anders
zullen we nooit dat karakter verkrijgen. Onze geliefde Heiland noemt de
grote God “Heilige Vader” in dit gebed en het is de taak van de
Heilige God om heiligheid te scheppen, terwijl een heilige Vader slechts
de Vader van heilige kinderen kan zijn, want het gelijke brengt het
gelijke voort. Aan u, die in Jezus gelooft, geeft Hij de macht om kinderen
Gods te worden en een deel van die macht ligt in het heilig worden naar de
manier van doen en het karakter van onze Vader, Die in de hemelen is. Als
we heilig zijn dan dragen we ook het beeld van die Here uit de hemel, Die,
als de tweede Mens, de Eerstgeborene is, aan Wie de vele broeders
gelijkvormig worden gemaakt. De Heilige Vader in de hemel zal diegenen
belijden als Zijn kinderen op aarde, die heilig zijn. Juist het wezen van
God moet ons aanmoedigen bij ons bidden om heiligheid, want Hij zal niet
traag zijn het willen en het werken in ons te bewerken naar Zijn volmaakte
wil.
Geliefden, deze
heiligmaking is het werk van God vanaf het allereerste begin ervan. Van
onszelf gaan wij dwalen en keren wij nooit terug naar de grote Herder,
behalve dan, als Hij ons op Goddelijke wijze trekt. De wedergeboorte,
waarmee de heiligmaking begint, is geheel het werk van de Geest van God.
Onze eerste ontdekking van het kwaad en onze eerste gewetenswroeging zijn
het werk van Goddelijke genade. Elke gedachte aan heiligheid en elk
verlangen naar reinheid moet van de Here alleen komen, want wij zijn van
nature getrouwd met de ongerechtigheid. Zoals ook de uiteindelijke
overwinning over de zonde in ons en het volmaakt worden als onze Here
geheel het werk moet zijn van de Here God, Die alle dingen nieuw maakt,
omdat wij geen kracht hebben zo’n groot werk zelf uit te voeren. Dit is
een schepping; kunnen wij scheppen? Dit is een opstanding; kunnen wij de
doden opwekken? Onze verdorven natuur kan wegrotten in een nog vuiler
rottingsproces, maar het kan nooit terugkeren naar reinheid of zichzelf
verfijnen tot volmaaktheid; dit is van God en God alleen. Heiligmaking is
evenzeer het werk van God als het maken van de hemelen en de aarde. Wie is
tot deze dingen bekwaam? We komen in onze eigen kracht zelfs geen stap
verder in de heiligmaking; alle vooruitgang, die we denken zelf bewerkt te
hebben, is slechts een gefantaseerd proces, dat zal leiden tot bittere
teleurstelling. Echte heiligmaking is geheel van het begin tot het einde
het werk van de Geest van de gezegende God, Die de Vader heeft
uitgezonden, opdat Hij Zijn uitverkorenen zou heiligen. Zie dan, welk een
grote zaak heiligmaking is en hoe noodzakelijk het is dat onze Here tot
Zijn Vader bidt, “Heilig hen door Uw waarheid.”
De waarheid alleen zal
een mens niet heiligen. We kunnen er een orthodoxe geloofsbelijdenis op na
houden en het is heel erg belangrijk dat we dat doen, maar als die niet
ons hart raakt en ons karakter beïnvloedt, wat is dan de waarde van onze
orthodoxie? Het is niet de leer die vanzelf heiligt, maar de Vader heiligt
door middel van de leer. De waarheid is het element, waarin we gemaakt
zijn om te leven met heiligheid als doel. Leugen leidt tot zonde, waarheid
leidt tot heiligheid. Behalve dat er een leugengeest is, is er ook de
Geest der waarheid en door die twee worden de dwaling en de waarheid
gebruikt als middelen tot een bepaald doel. De waarheid moet met
Geestelijke kracht worden toegepast op het verstand, het geweten en het
hart, of anders kan de mens de waarheid ontvangen en die toch in
ongerechtigheid ten onder houden. Ik geloof dat dit het hoogste werk van
God in de mens is, dat Zijn volk volkomen verlost wordt van het kwaad. Hij
verkoos hen, opdat zij een speciaal volk zouden zijn, ijverig in goede
werken; Hij kocht hen vrij, opdat Hij hen zou verlossen van alle
ongerechtigheid en hen voor Zichzelf zou reinigen; Hij riep hen
krachtdadig tot een hoge en heilige roeping, ja tot deugd en tot ware
heiligheid.
Elk werk van de Geest
van God aan de nieuwe natuur heeft als doel de reiniging, de toewijding,
de volmaking van hen die God in Zijn liefde heeft genomen als de Zijnen.
Ja, meer nog, al de gebeurtenissen van de Voorzienigheid rondom ons werken
naar dat ene doel toe: hiertoe dienen onze vreugden en onze smarten,
hiertoe dienen onze lichamelijke pijnen en onze droefheid van hart, onze
verliezen en onze kruizen – deze allen zijn heilige medicijnen, waardoor
we worden genezen van de ziekte van de natuur en worden voorbereid op de
blijdschap van een volkomen, geestelijke gezondheid. Alles wat ons op de
weg naar de hemel overkomt, is bedoeld om ons geschikt te maken voor het
eind van onze reis. Onze weg door de woestijn is bedoeld om ons te
beproeven en ons te testen, opdat onze slechte dingen ontdekt zullen
worden en wij er berouw van zullen hebben en die zullen overwinnen, opdat
wij zo tenslotte zonder gebrek mogen staan voor de troon. Wij worden
opgevoed voor de hemelen en geschikt gemaakt voor de samenkomst van de
volmaakten. Het is nog niet openbaar wat we zijn zullen, maar wij
worstelen ons ernaar toe en we weten, dat wanneer Jezus zal verschijnen,
we Hem gelijk zullen zijn, want we zullen Hem zien zoals Hij is. We komen
verder: door hard te worstelen, lang uit te zien en geduldig te wachten
gaan we verder in de richting van de heiligheid. Deze kwellingen dorsen
onze tarwe en verwijderen het kaf; deze beproevingen verteren onze slakken
en ons lood om het goud reiner te maken. Alle dingen werken mee ten goede
voor hen, die God liefhebben en het netto resultaat van dit alles zal het
aanbieden van de uitverkorenen aan God zijn, zonder vlek of rimpel, of
iets dergelijks.
Zo heb ik u eraan
herinnerd dat het gebed om heiliging tot God de Vader wordt opgezonden en
dat dit ons ertoe brengt niet naar onszelf te kijken, maar helemaal naar
onze God. Begin niet zelf aan het werk van de heiligmaking, alsof u het
alleen tot stand zou kunnen brengen. Beeldt u niet in dat heiligheid
vanzelf moet volgen, omdat u luistert naar een vurig prediker, of
samenkomt in een heilige eredienst. Mijn broeders, God Zelf moet in u
werken; de Heilige Geest moet in u wonen en dat kan alleen door het geloof
in de Here Jezus. Geloof in Hem voor uw heiligmaking, evenals u hebt
geloofd voor uw vergeving en rechtvaardigmaking. Hij alleen kan u de
heiligmaking verlenen, want dit is de gave van God door Jezus Christus,
onze Here.
IV Dit is een groot
onderwerp en ik heb maar weinig tijd, dus moet ik, in de laatste plaats,
heel in het kort opmerken HOE DE HEILIGMAKING BEWERKT WORDT IN GELOVIGEN.
“Heilig hen door Uw waarheid: uw Woord is de waarheid. Geliefden,
merk op hoe God heiligheid en waarheid heeft samengevoegd. Er is de
laatste tijd een tendens geweest om de waarheid in de leer te scheiden van
de waarheid in het gebod. De mensen zeggen dat het christendom een kwestie
van leven is en niet van geloofsbelijdenis: dit is een halve waarheid en
komt heel dicht in de buurt van een leugen. Het Christendom is een leven
dat voortkomt uit waarheid. Jezus Christus is de weg en de waarheid,
evenals het leven en Hij wordt niet op de juiste wijze ontvangen, dan
slechts als Hij wordt ontvangen met dat drievoudige karakter.
Er zal geen heilig
leven in ons worden voortgebracht door het geloof in leugens. Heiligmaking
van het zichtbare karakter komt voort uit de geestelijke opbouw van het
innerlijke geloof van het hart, of anders is het alleen maar een lege dop.
Goede werken zijn de vrucht van een waar geloof en een waar geloof is een
oprecht geloof in de waarheid. Elke waarheid leidt tot heiligheid; elke
dwaling van leer leidt direct of indirect tot zonde. Een kronkel in het
denken zal onvermijdelijk vroeg of laat het leven misvormen. De rechte
lijn van de waarheid, getrokken in het hart, zal een recht pad van een
welgevallige levenswandel voortbrengen. Beeldt u niet in dat u kunt leven
van geestelijk aas en toch uitstekend geestelijk gezond kunt zijn, of dat
u vergiftige dwaling kunt indrinken en toch een gelaat zonder vlekken kunt
opheffen voor God. Zelfs God Zelf heiligt ons alleen door de waarheid.
Slechts dat onderwijs zal u heiligen, dat uit Gods Woord genomen is; dat
onderwijs, dat niet waar is en niet de waarheid van God is, kan u niet
heiligen. De dwaling kan u opblazen; het kan u zelfs laten denken dat u
geheiligd bent, maar er is een zeer ernstig verschil tussen het zich
beroemen op heiligmaking en het geheiligd worden en een zeer groot
verschil tussen het aannemen van een superieure houding en het werkelijk
aanvaard worden voor Gods aangezicht. Geloof me, God bewerkt heiligmaking
in ons door de waarheid en door niets anders.
Maar
wat is de waarheid? Daar is het punt. Is de waarheid datgene waarvan ik me
inbeeld dat het mij geopenbaard is door één of andere privé-communicatielijn?
Moet ik me voorstellen dat ik een bepaalde speciale openbaring geniet en
moet ik mijn leven inrichten aan de hand van stemmen, dromen en indrukken?
Broeders, val niet in deze algemene zinsbegoocheling. Gods Woord voor ons
is in de Heilige Schrift. Heel de waarheid, die mensen heiligt, is in Gods
Woord. Luister niet naar degenen die roepen: “Zie hier!” en, “Zie
daar!” Ik word bijna elke dag aan de jas getrokken door krankzinnige
personen en huichelaars, die beweren openbaringen te hebben. De één
vertelt me dat God mij een boodschap heeft gestuurd door middel van hem en
ik antwoord: “Nee meneer, de Here weet waar ik woon en Hij is zo
dichtbij me, dat het voor Hem niet nodig is mij een boodschap te sturen
door middel van u.” Een ander kondigt in Gods naam een dogma aan, dat al
op het eerste gezicht een leugen is tegen de Heilige Geest. Hij zegt dat
de Geest van God hem zo en zo vertelde, maar wij weten dat de Heilige
Geest Zichzelf nooit tegenspreekt. Als uw gefantaseerde openbaring niet in
overeenstemming is met dit Woord, heeft het geen gewicht bij ons en als
het naar dit Woord is, is het niet iets nieuws. Broeders, deze bijbel is
genoeg, als de Here die maar gebruikt en die levend maakt door Zijn Geest
in ons hart. De waarheid is noch uw mening, noch de mijne; noch uw
boodschap, noch de mijne. Jezus zegt: “Uw Woord is de waarheid.” Dat,
wat mensen heiligt, is niet alleen de waarheid, maar het is de bijzondere
waarheid, die geopenbaard wordt in Gods Woord – “Uw Woord is de
waarheid.” Wat een zegen is het, dat heel de waarheid, die nodig is om
ons te heiligen, geopenbaard wordt in het Woord van God, zodat we onze
energie niet hoeven te besteden aan het ontdekken van de waarheid, maar
met veel groter nut de geopenbaarde waarheid mogen gebruiken voor haar
Goddelijke plan en doel! Er zullen niet meer openbaringen komen, er zijn
er niet meer nodig. De canon is vastgesteld en compleet en hij, die eraan
toevoegt, zal aan zich toegevoegd krijgen de plagen, die worden beschreven
in dit Boek. Welke behoefte is er aan meer, wanneer hier genoeg is voor
elk praktisch doel? “Heilig hen door Uw waarheid: Uw Woord is de
waarheid.”
Hierom is de waarheid,
die we nodig hebben te ontvangen, duidelijk vastgesteld. U kunt de Heilige
Schrift niet veranderen. U kunt misschien steeds nauwkeuriger bij de
grondtekst komen, maar voor alle praktische doeleinden is de tekst, die we
hebben, nauwkeurig genoeg en onze oude King James’ vertaling is een
betrouwbare. De Schrift zelf kan niet gebroken worden; we kunnen niet iets
eruit weghalen of eraan toevoegen. De Here heeft zijn Woord nooit
herschreven of gereviseerd en Hij zal dat ook nooit doen. Ons onderwijs
zit vol dwalingen, maar de Geest vergist Zich niet. We hebben de
“Herroepingen” van Augustinus, maar er zijn geen herroepingen bij de
profeten en de apostelen. Het geloof is eens en voor altijd overgeleverd
aan de heiligen en het staat vast voor eeuwig. “Uw Woord is de
waarheid.” De Schrift alleen is de absolute waarheid, de wezenlijke
waarheid, de beslissende waarheid, de gezaghebbende waarheid, de
onvermengde waarheid, de eeuwige waarheid. De waarheid, die ons gegeven
wordt in het Woord van God, zal al de gelovigen tot aan het einde van de
tijd moeten heiligen: God zal die met dat doel gebruiken.
Leer dan, mijn
broeders, hoe ernstig u de Schrift moet onderzoeken! Zie mijn zusters, hoe
ijverig u dit Boek van God dient te lezen! Als dit de waarheid is en heel
de waarheid, waarmee God ons heiligt, laten we die dan leren, die
vasthouden en er standvastig in blijven staan. Laten we Hem, Die ons het
Boek gaf, plechtig beloven nooit Zijn getuigenissen te verlaten. Voor ons,
in elk geval, is Gods Woord de waarheid. “Maar zij redeneren in de
scholen anders!” Laat ze redeneren. “Maar de welsprekendheid met haar
bloemrijke taal spreekt anders!” Laat die spreken: woorden zijn maar
lucht en tongen slechts klei. O God, “Uw Woord is de waarheid.”
“Maar filosofen hebben het tegengesproken!” Laat ze het tegenspreken.
Wie zijn zij? Gods Woord is de waarheid: daaraan zullen we blijven
vasthouden, zolang de wereld staat. Maar laten we dan ook standvastig in
onze overtuiging zijn, dat wij de waarheid pas op de juiste wijze kennen,
als die ons heiligt. We houden de waarheid niet op een echte manier vast,
tenzij die ons leidt naar een waarachtig leven. Als u de achterkant van
een mes gebruikt, zal die niet snijden: de waarheid heeft haar handvat en
haar lemmet; let erop dat u hem juist gebruikt. U kunt zuiver water
gebruiken om er een mens mee te doden; u moet elke goede zaak op de juiste
manier gebruiken, anders zal het niet goed zijn. De waarheid zal, wanneer
zij geheel en al wordt gebruikt, dagelijks de zonde vernietigen, de genade
voeden, edele verlangens ingeven en tot heilige daden aansporen. O heren,
ik bid echt dat wij door ons leven de leer van God, onze Heiland, in alle
dingen mogen sieren. Sommigen doen dat niet. Ik zeg dit tot onze schande
en tot mijn voortdurende smart.
Het ene punt van falen
dat het diepst betreurd moet worden, zou een falen zijn in de heiligheid
van onze gemeenteleden. Als u zich gedraagt zoals de anderen, wat voor
getuigenis legt u dan af? Als uw gezinnen niet keurig op orde zijn, als uw
zaak niet wordt geleid volgens de principes van de meest strikte
integriteit; als uw spreken dubieus is wat betreft de reinheid of de
waarachtigheid; als uw leven ernstig berispt moet worden – hoe kan God u
dan aannemen of een zegen zenden aan de gemeente, waartoe u behoort? Het
is allemaal leugen en bedrog om erover te spreken, dat u het volk van God
bent, terwijl zelfs de mensen van de wereld u beschaamd maken. Uw geloof
in de Here Jezus moet effect hebben op uw leven om u getrouw en waarachtig
te maken; het moet u hier begrenzen en daar aansporen; het moet u
weerhouden van dit en drijven tot dat; het moet voortdurend zijn
uitwerking hebben op het denken, spreken en handelen, of anders hebt u
geen weet van de reddende kracht ervan. Hoe kan ik duidelijker en met meer
nadruk spreken? Kom niet bij me met uw ervaring, uw overtuiging en uw
belijdenis, tenzij u de naam van God in uw leven heiligt. O broeders, we
kunnen maar beter onze belijdenis aan de kant zetten, als we er niet naar
leven. In de naam van Hem, Die dit gebed uitsprak, vlak voordat Zijn
gelaat rood werd van het bloedige zweet, laten we toch uit alle macht
roepen tot de Vader: “Heilig ons door Uw waarheid: Uw Woord is de
waarheid.” Als volk hebben we het Woord van de Here vastgehouden, maar
gehoorzamen we het in de praktijk? We hebben als gemeente besloten de oude
wegen te volgen; ik heb als prediker mij plechtig verbonden met het oude
geloof. O, dat we het mogen aanbevelen door onze heiligheid! Niets is de
waarheid voor mij dan slechts dit ene Boek, dit onfeilbaar geïnspireerde
geschrift van de Geest van God. Het is onze plicht de geheiligde invloed
van dit Boek te laten zien. De geloften van God zijn op ons, dat wij door
ons godvruchtig leven de lof zouden verkondigen van Hem, Die ons uit de
duisternis heeft overgebracht in Zijn wonderlijk licht. Deze Bijbel is
onze schat. We prijzen elke bladzijde ervan. Laten we hem op de beste
manier inbinden, in het beste marokko-leer van een helder, verstandig
geloof; laten we er dan een gouden slot opzetten en de randen vergulden
met een leven van liefde, waarheid, reinheid en ijver. Zo zullen we het
boekwerk aanbevelen bij diegenen, die nog nooit de bladzijden ervan hebben
bekeken. Broeders, de heilige boekrol met haar zeven zegels moet niet
worden vastgehouden met vervuilde en verontreinigde handen, maar we moeten
die met reine handen en een rein hart aanbieden en bekendmaken onder de
mensen. God helpe ons dat te doen om Jezus’ wil! Amen.
©
Copyright vertaling 2005 B. Kroeze, Doldersum. Alle rechten voorbehouden.
info@mannavoorpelgrims.nl
Zie
voor copyrightregels: www.mannavoorpelgrims.nl
|