|
|
Een
toespraak gehouden op zondagochtend 3 augustus 1890 door C.H. Spurgeon.
De
teksten zijn:
Lucas 11:21. Wanneer een sterke, goed gewapende man zijn eigen hof
bewaakt, is zijn bezit in veiligheid. (“zijn
zijn goederen in vrede”, King
James Version + Griekse grondtekst)
Psalm 29:11. De Here zal zijn volk sterkte verlenen, de Here zal
zijn volk zegenen met vrede.
VREDE
is een stand van zaken, die zeer gewenst is. Niet beducht te zijn voor
uiterlijke rustverstoring en geen innerlijke storm te ervaren – wie
wenst niet zo’n toestand? Vrede is een parel genoemd en terecht, want
ze is kostbaar en glimlacht met een zachte, lichte glans. Ze versiert
het hart, dat haar draagt. Ze is, inderdaad, een parel van kostbare
waarde: wie haar heeft, heeft meer dan rijkdom. Als zijn vrede,
inderdaad de echte parel is, dan is hij, die haar op zijn borst draagt,
één van de begenadigde kinderen van God. Het kan zijn, dat er enkele
mensen in de wereld zijn, die niet van vrede houden, maar wij houden
niet van hun geest. Bepaalde stormachtige karakters hebben behagen
in hevige stormen en als zeevogels drijven ze op de schuimkoppen
van woedende golven. Mensen van het Byron-type zijn rusteloos en een
sfeer van vrede past niet bij hen. Hun geest haast zich voort als een
donderslag en vindt plezier in de botsing, waarmee zij zich een
eigenzinnige weg banen. Ik hoef me voor zulken geen moeite te geven,
want tevergeefs spreken we tot diegenen, die niet willen horen. De
meesten van ons werden in een andere mal gevormd. We zijn geen raven en
kunnen niet altijd op de vleugels blijven, maar, zoals de duif van
Noach, zoeken we rust voor de zool van onze voet en vliegen we heen en
weer, totdat we het olijfblad van de vrede vinden. Hoe vaak hebben we
temidden van de verwarring van deze onrustige wereld geroepen: “O, had
ik maar de vleugels van een duif! Want dan zou ik wegvliegen en rust
hebben!” We werden niet opgevoed temidden van de felle
bliksemschichten zoals de jonge adelaars; we luisterden naar het geluid
van de tortelduif en we houden van beekjes, die tijdens het stromen
muziek maken. Ik weet dat velen van u naar rust smachten: u spant zich
in, opdat u die mag binnengaan. Als u de rust hebt gevonden, die Jezus
geeft, dan zal uw hart zeker zingen –
“Voor
altijd zal mijn rust zijn
in
Uw bloedstorting aan het kruis
Dit
is heel mijn hoop en heel mijn pleitgrond –
dat
de Heiland voor mij stierf.”
Vrede
en rust zijn twee namen van een bloem, die op aarde in de knop zit, maar
die slechts in de hemel in volle bloei wordt gevonden; zelfs de zwakke
geur van de ongeopende bloesem wekt in ons een sterk verlangen op.
Zachtjes trekt de Heiland ons tot Zich door die lieflijke roep: “Kom
tot Mij, allen die vermoeid
en belast zijt en Ik zal u rust geven.”
Elke kostbare zaak
wordt in deze wereld zeker nagebootst. Als de regering gouden en
zilveren munten in omloop brengt, zullen er schurken worden gevonden,
die vervalsingen maken. Hoe meer een zaak wordt opgehemeld, hoe meer er
ook de behoefte is aan voorzichtigheid, zodat u zich niet laat beetnemen
door valse imitaties. Satan is de geslepen naäper van God; wat God ook
doet, satan probeert met zijn betoveringen hetzelfde te doen. En
daarom, terwijl er een vrede is, die kostbaarder is dan het goud van
Ofir, is er een andere vrede, die erger is dan waardeloos. Wanneer een
ziel zich drijvend houdt op de wateren van valse vrede, is haar zaak
hopeloos, totdat die vrede is opgedroogd en de ziel in wanhoop strandt.
Ik dacht vanmorgen dat ik u een dienst zou kunnen bewijzen, als ik zou
proberen de twee vredes uit te leggen, de vrede van de duivel en de
vrede van God. Moge God de Heilige Geest aan u allen scherpziende harten
geven, zodat u niet kunt worden misleid door de giftige imitatie van de
wateren der vrede! Moge u de vervalsing onderkennen en die met
verontwaardiging verwerpen en moge u de echte vrede vinden aan de voeten
van de Vredevorst! O, hadden we maar “de vrede van God, die alle
verstand te boven gaat”!
Wat mij betreft, ik
zou bang zijn vrede aan iemand te geven inzake een bepaald onderwerp ten
koste van de waarheid. Een tijdelijke hoop is een slechte aankoop op
kosten van een wrede teleurstelling. Een arme vrouw was de liefhebbende
moeder van een enige zoon. Hij was haar erg dierbaar. Hij werd ziek;
inderdaad, hij werd doodziek, maar de moeder kon die gedachte niet
verdragen. Ze schraapte al het benodigde geld bij elkaar voor een arts
en o, die vrede in het hart, die ze had toen de man, waarop ze
vertrouwde, naar beneden kwam en tegen haar zei: “Uw zoon zal
herstellen. Er is geen ernstige reden om bang te zijn. Verpleeg hem
zorgvuldig en al erg gauw zal hij weer op zijn post zijn!” De moeder
kreeg rust in het hart, want ze geloofde de dokter. Binnen een enkele
dag stierf haar zoon en die uren van valse vrede waren de alsem en de
gal van haar beproeving. Het was een triest, triest medelijden om zo
haar hoop te wekken, want ze riep: “O, als ik had geweten dat hij ging
sterven, dan zou ik zijn verlies niet zo bitter hebben ervaren, maar nu
ben ik enorm teleurgesteld. Hoe kan de dokter mij vertellen dat hij zou
blijven leven?” De arts had zich òf enorm vergist, òf hij wenste de
kennelijke angst van de moeder te kalmeren. Als dat laatste het geval
was, dan was zijn onwaarachtigheid onverstand. Ik kan een dergelijke
koers niet volgen. Het is jammer een vrede te creëren die ongegrond is.
Het is betreurenswaardig voor mij, dat iemand van u in vrede zou
sluimeren, terwijl er een groot gevaar dichtbij was, die die vrede zal
doen verdwijnen, zoals een droom verdwijnt, wanneer iemand wakker wordt.
Vermijd die vrede, die misleidend zal blijken te zijn in het heden en
vernietigend in de toekomst, maar verlang naar datgene wat uw hart en
verstand vandaag en voor altijd zal behoeden.
Volg mij, zo vraag
ik u, wanneer ik spreek over de twee vormen van vrede die in mijn twee
teksten naar voren komen.
I Ten eerste, er is
DE VREDE VAN DE DUIVEL. De onreine geest houdt de dingen rustig in het
hart, waarover hij regeert: “Wanneer een goed bewapende man zijn hof
bewaart, zijn zijn goederen in vrede.” Het hart van de mens is niet
rechtmatig de hof van satan, maar hij heeft het door verovering zo
gemaakt. In zijn trots houdt hij ervan midden in zijn veroverd bolwerk
te wonen, opdat hij zich kan beroemen tegenover de Allerhoogste, omdat
hij Hem het hart van Zijn schepsel heeft afgenomen. Satan waardeert een
veroverd menselijk hart als een hof: hij heeft er plezier in te heersen
over de ziel, die hij met kracht bij God heeft weggerukt. Om veilig te
kunnen wonen bewapent hij zichzelf met een wapenrusting en houdt hij met
uiterste zorg de wacht. Vandaar dat het huis rustig is, want zijn
waakzame kracht slaat elk teken van muiterij tegen zijn tirannie neer.
De psalmist beschrijft de vreselijke vrede van de goddelozen in Psalm
73: “Want moeiten hebben zij niet, gaaf en welgedaan is hun lichaam;
in de kwelling der stervelingen delen zij niet, en met andere mensen
worden zij niet geplaagd.”
Alles
gaat als gesmeerd bij de mens, die in deze fatale toestand wordt
gelaten. “Hun ogen puilen uit van vet: de inbeeldingen van hun hart
lopen over.” Hoewel het zou lijken dat ze werkelijk voorspoed hebben,
is het niet zo: ze zijn geplaatst op glibberige plaatsen en ze zullen
ineenstorten tot puin. Er is werkelijk niets benijdenswaardig in de
toestand van de goddelozen, maar alles is beklagenswaardig. Ze roepen:
“Vrede, vrede,” terwijl er geen vrede is. Wat voor vrede kan er zijn
voor diegenen, die zozeer in opstand zijn? Satan laat het geweten stil
slapen, zodat zijn macht over het hart van de goddeloze versterkt kan
worden. Misschien spreek ik hier tot sommigen die in goede gezondheid
zijn, een goede handel hebben en krediet genieten bij hun naasten;
daarom hebben ze een aardse vrede en geven er niets om om vrede met God
te hebben. Mijn bedoeling zal zijn die vrede te verstoren, want als het
de vrede van de duivel is, geldt: hoe eerder die vrede verbroken wordt,
hoe beter het voor de ziel is.
Deze vrede is
vaak alleen maar buitenkant. Mensen meten zich een houding van vrede
aan, terwijl ze die niet in hun hart ervaren. U zult vaak
ongodsdienstige mensen ontmoeten, die u vertellen dat ze volmaakt
gelukkig zijn en daarna vragen – Waarom zouden ze Christus nodig
hebben? Ze voelen zich prima: wat voor behoefte hebben ze aan een nieuwe
geboorte? Het gaat hen zonder Gods zegen zo goed, dat ze er niets voor
voelen om die te zoeken. Hun gelach klinkt luid, hun moppen zijn
eindeloos, ze maken zich nauwelijks zorgen. Ze lijken geen angst te
hebben voor de fouten van het verleden, de verleidingen van het heden,
of de vergeldingen van de toekomst en toch is deze vrede alleen maar
buitenkant. De ijskorst is nauwelijks sterk genoeg om een vlieg te
dragen. Wanneer ze naar bed gaan, zie dan hun angst. Geef acht op hen
tijdens een onweer, zie hen eens in een hevige storm op zee en u zult
ontdekken dat ze slachtoffers zijn van een ontzaglijke angst. Sommigen
tonen een vrede van enkel grootspraak. Ze willen gelukkig lijken en
daarom zetten ze het masker van de clown op. Wanneer de ploegjongen over
het kerkhof gaat, is hij bang voor geesten en daarom fluit hij om de
moed erin te houden; zo is het ook bij velen, die vol bezorgdheid zitten
en die dit proberen te verbergen door die lichtzinnige liedjes, waarmee
ze bluffen “de stomme zorg te verdrijven”. In het verborgene van hun
ziel zit daar diezelfde stomme zorg op de troon van hun hart en deze
laat zich niet verdrijven door het straatliedje, de viool en de dans.
Zij, die doorgaan voor kinderen der vrolijkheid, zijn vaak slaven van
ellende. Is het niet zo met velen? Wanneer ze van plezier spreken, is
het niet van harte, want er is geen bron van vreugde, die opwelt uit de
diepte van hun ziel. Ze houden zichzelf overeind als de spiegel van
plezier, terwijl hun hart breekt van onbeschrijflijke pijn.
In allen, die niet
tot Christus zijn gekomen en geen vrede hebben gevonden door Zijn
kostbaar bloed, is de vrede vals. Laat hen zeggen wat ze willen,
hun vrede heeft geen fundament of rechtvaardiging. Ze hebben geen vrede
met God, want er staat geschreven: “Er is geen vrede, zegt mijn God,
voor de goddelozen.” De grote God is de hoge verdragsluitende partij
met wie de vrede moet worden gesloten en als Hij het weigert, zal een
mens tevergeefs pretenderen de vrede te bezitten. Een zondaar kan
zeggen: “Ik heb vrede wat betreft God,” maar als dit voortkomt uit
het vergeten of negeren van Hem, is dit een bedroevend voorwendsel. Als
een mens God moet vergeten, voordat hij vrede heeft, dan verraadt dat
feit een fataal geheim. Als de mens, door aan God te denken, in moeite
komt, dan is zijn vrede slechts schrijven in het zand. Zo’n vrede is
een valse vrede en welk oprecht mens zal zichzelf troosten met iets wat
vals is? Het is beter te weten dat we in oorlog zijn, als dat zo is, dan
verzot te zijn op een vrede, die het paradijs van een dwaas is en alleen
maar in de fantasie bestaat. Ik zou liever gewond raken in duizend
geestelijke conflicten dan door een valse vrede gesust worden, totdat de
eeuwige vernietiging erop volgt. Laat mijn hoop worden neergeveld door
het zwaard der waarheid, liever dan dat het gevoed wordt door het brood
der leugen. God vergeve, dat we vleiende dingen zouden voorspellen voor
onszelf, terwijl de pen van de gerechtigheid ons doodsvonnis tekent! Eén
gebed wat ik dikwijls bid is: “Here, laat me het ergste van mijn
toestand weten”; hoewel er niet veel genoegen ligt in zo’n verzoek,
zou ik u allen willen aanraden het op te zenden. Het kan u geen kwaad
doen. Bid met de psalmist: “Doorgrond mij o God en ken mijn hart,
toets mij en ken mijn gedachten; zie of bij mij een heilloze weg is en
leid mij op de eeuwige weg.” Let erop dat u geen leugenaar bent voor
uw eigen ziel.
Voor velen komt
deze vrede door onwetendheid. Zij kennen die verschrikkelijke
waarheden niet, die vrede onmogelijk zouden maken. Ze weten niet dat
zonde een dodelijke slang is en daarom spelen ze ermee als met een
vogel. Ze zijn zich er nauwelijks van bewust dat ze een zonde hebben
bedreven, die de moeite van het noemen waard is, maar als het licht van
Gods wet zich op hen richtte, zouden ze zien dat ze schuldig zijn voor
God en inzien, dat ze uitermate slecht zijn. Ze zijn niet onschuldig,
zoals ze veronderstellen, maar schuldig voor de levende God. Laat de
Heilige Geest het gevoel van zonde en een verwachting van het toekomende
oordeel in een mens bewerken en ik geef u de garantie dat hij geen vrede
meer zal hebben, totdat hij, om een schuilplaats te zoeken, gevlucht is
naar de hoop, die hem wordt voorgesteld in het evangelie. Als sommigen
van u geheel opgaan in een vrede, die geweven is op het weefgetouw van
de onwetendheid, dan bid ik God dat het aan flarden gescheurd mag
worden. “Maar,” roept iemand, “als onwetendheid vrede is, dan is
het toch dwaasheid om verstandig te worden.” Nee, nee, maar als vrede
gefundeerd wordt op onwetendheid, is het dwaasheid die dwaasheid
voortbrengt. O, wees toch verstandig en drink niet het pepmiddel van de
dwaas! Ken uw echte toestand, zelfs al kan die kennis u nu de rust doen
verliezen. Mensen onwetend houden is één van de listen van satan,
omdat zij dan gemakkelijker te besturen zijn; daarom is hij bang, dat u
ergens heen zou gaan waar het evangelie wordt gepredikt. Als sommigen
van u onder satans heerschappij staan, dan bent u hier vanmorgen tegen
de wensen van uw tiran. Als hij zijn zin zou krijgen, zou u nooit binnen
hoorafstand van het Woord van God komen. Zelfs nu zal hij proberen om u
slaperig en onoplettend te laten voelen, uit vrees dat het aansporende
evangelie u wakker zou maken. O mijn toehoorders, schuw de onwetendheid,
die de valse vrede bevordert en de valse vrede, die u tevreden doet zijn
zonder de kennis van God! De duivel verheugt zich zeer, omdat in deze
dagen zoveel predikanten het evangelie niet prediken. Satan is blij als
hij de stroom kan vergiftigen bij de bron; hij is blij als hij van de
prediker van het evangelie een gewone schrijver van opstellen over de
moraal kan maken, of een pocher over zijn eigen bedenksels, want dan
zullen degenen, die hem beluisteren, niet het gevaar lopen om opgejaagd
te worden door onrustige gedachten en tot Christus te vluchten. Ik vraag
u, als u geheel opgaat in een vrede, die het daglicht niet kan
verdragen, pak uzelf dan aan en ontsnap uit uw hachelijke toestand.
Bij velen, echter,
is het niet zozeer onwetendheid als wel onnadenkendheid. Massa’s
mensen weten het, als ze het willen weten, maar ze maken geen gebruik
van hun kennis, omdat ze nooit nadenken. Wat triest is het om voor
eeuwig te gronde te gaan door gebrek aan nadenken! Iemand krijgt een
brief: hij stopt hem in zijn zak en maakt hem niet open. Hij gaat ’s
morgens voor zijn dagelijkse plezier uit en hij belooft zichzelf dat hij
de brief dinsdag zal openen, wanneer de beursvakantie voorbij is.
Veronderstel dat er in die brief een waarschuwing stond over een
samenzwering tegen zijn leven, of informatie over zijn moeder die op het
punt van sterven ligt, of de plotselinge ziekte van een geliefd kind.
Wat zal hij tegen zichzelf zeggen, als hij die brief te laat open maakt?
De Bijbel is voor velen de ongeopende brief van God voor de mens.
Helaas, hoe weinig mensen onderzoeken de Schriften. Als ze hen wel
lezen, doen ze het mechanisch en denken niet na over de waarschuwingen
ervan. Waarom willen mensen niet denken? Onnadenkendheid is één van de
grote netten van satan, waarin hij velen verstrikt. Als de duivel u kan
verhinderen om te denken, zal hij u verhinderen om te geloven. Als hij u
kan vasthouden in de vrolijke wirwar van slecht plezier, of zelfs in de
ijdele lichtzinnigheid, dan is hij zeker van u. Misschien kan hij zijn
doel bereiken door u te laten opgaan in de politiek, of in kerkelijke
aangelegenheden, of in de wetenschap, of in zaken. Hij geeft er weinig
om waarin, als hij u maar kan afleiden van het denken over God. O, kon
ik maar een enorme boog spannen en een doordringende pijl afschieten,
die over de muur zou gaan en de dood zou brengen aan die verrader,
Valse-vrede! Hoe graag zou ik een enorme trompetstoot geven en
onverschrokken de betovering van de vader der leugens verbreken en u
onder zijn fatale betovering vandaan halen!
Deze vrede is in
veel gevallen ook het resultaat van een vleselijke veiligheid. Mensen
zeggen: “Wel,wel; we hebben tot nu toe niet zoveel tegenspoed gehad en
waarom zouden we ons zorgen maken? We hebben in zonde geleefd en we
hebben er niet om geleden; in feite hebben we voorspoed gehad door onze
verachting van gewetensbezwaren.” Vroeger zeiden de mensen: “Sinds
de vaderen ontslapen zijn, gaan de dingen zoals ze waren” en vandaag
roepen ze: “Er is nog geen zondvloed van vuur over ons losgebarsten.
Deze christenen zeggen dat de aarde en al de werken van mensen verbrand
zullen worden en dat zelfs de elementen zullen wegsmelten in een
brandende hitte, maar we zien er nog niets van wat daar op lijkt. Aan de
hemel is nog geen teken van de Zoon des mensen, geen wolk, geen grote
witte troon, geen teken van het oordeel. Alles gaat rustig verder –
waarom zouden we onszelf verontrusten?” En zo, net als de luiaard in
Spreuken, vragen ze om nog wat meer sluimering. Ze willen niet weten,
dat het in vroegere dagen ook zo was
op deze aarde; mensen huwden en werden ten huwelijk gegeven, ze aten en
dronken en werden dronken, maar zoals het hen toen verteld was, zo
gebeurde het, want de vloed kwam en nam hen allen weg. “Wanneer ze
zullen zeggen: Vrede en geen gevaar, zal een plotseling verderf over hen
komen.” Pas op, o mensen van deze generatie, dat dit u ook niet
overkomt en de vloed van vuur over u komt, voordat u ontsnapt bent naar
Christus, Die alleen de ark van zielen is! Zullen de dingen altijd zijn
zoals ze zijn geweest? Kunt u daar zeker van zijn? Wordt u niet
gewaarschuwd dat het niet zo zal zijn? Uw oog is niet zo helder als het
eens was; uw benen zijn niet zo krachtig als ze eens waren. Als er geen
verandering in de wereld komt, dan is er een grote verandering in u
gedurende de laatste paar jaar. Voordat de zon morgen is opgegaan kunt u
op het doodsbed liggen. Daarom vraag ik u, hecht uw zegel niet aan het
feit, dat u veel goederen hebt opgetast voor veel jaren, want deze nacht
kan uw ziel van u worden geëist. In een oogwenk kunt u gekweld worden:
de wreker zal door het raam springen, ofschoon u denkt dat u de deur op
slot hebt gedaan en u zult
niet ontsnappen. O heren, zal mijn stem uw verdorven sluimeringen niet
verstoren, of moet u blijven slapen, totdat de trompet u wakker zal
maken,niet tot hoop maar tot veroordeling? Spoedig zal Hij komen, Die u
nu zou willen redden, maar dan moet Hij u veroordelen tot de plaats van
de eeuwige verbanning. O Here, heb genade met diegenen, die betoverd
zijn door de vleselijke veiligheid! Verbreek de betoveringen van de
misleider.
Aan de andere kant
hebben sommigen een vrede, die voortkomt uit bijgeloof. “Wel,”
zeggen ze, “we weten dat dit waar is wat er is gesproken, maar het
slaat niet op ons. Met ons is het in orde: we werden bij onze kinderdoop
tot leden van Christus en tot erfgenamen van het Koninkrijk der hemelen
gemaakt; we hebben belijdenis gedaan, hebben deelgenomen aan het Heilig
Avondmaal en hebben onze kerk bezocht, of we zijn zeer regelmatig naar
ons huis van samenkomst gegaan. Daarom menen we dat, wat ons betreft, er
een vaste hoop is.” O zielen, pas er toch voor op om te zeggen: “Des
Heren tempel, des Heren tempel is dit.” Joab hoopte op de dag, toen
Salomo de wraak van God voltrok jegens hem, op veiligheid in het
heiligdom in plaats van zijn fout te belijden en genade te zoeken. Hij
stond daar met zijn handen op de hoornen van het altaar. Het nieuws kwam
bij de koning: “Hij is bij het altaar.” Maar het strenge vonnis werd
gegeven: “Stoot hem neer en begraaf hem.” Zo kwam hij om op de
heilige plaats, waar gewoonlijk Gods offer werd gebracht. Zo zult u
sterven als u niet vertrouwt op de Here Jezus, zelfs al zou uw hand
liggen op uw doop en op het avondmaal van uw Here. Geen uiterlijk
ritueel kan u in staat stellen om innerlijk geloof en berouw onnodig te
maken. Als uw hart niet recht staat voor God, zult u omkomen met het
avondsmaalbrood in uw mond en van het doopwater
gaan naar het vuur van de hel. Pas op voor de vrede, die wordt
geput uit de stilstaande poel van het bijgeloof: het zal de dood in uw
ziel brengen.
Helaas! Er is een
vrede, die niet ligt in het teveel geloven, maar in het te weinig
geloven. Ongeloof brengt valse vrede aan duizenden. Als satan u
kan overtuigen dat uiteindelijk deze dingen niet zo zijn; als hij u
ertoe kan brengen uw bijbel niet meer te geloven; als hij u ertoe kan
brengen om te denken dat er geen God is, of dat, als er een God is, Hij
niet op mensen let en hen nooit tot het oordeel zal roepen, dan is de
aartsmisleider zeker van u en bewaart hij zijn goederen in vrede. Ik
vraag u daarom dringend: pas op voor die vrede, die gefundeerd is op een
loochening van die waarheden, die uw eigen geweten u leert. Zonde moet
worden gestraft en als uw vrede wordt gebouwd op de veronderstelling dat
het niet zo zal zijn, dan is uw fundament nog minder te vertrouwen dan
drijfzand. Zet uw ziel niet op het spel voor een leugen.
Ik vrees dat velen
in vrede bewaard worden door vriendschap. Men gaat hand in hand:
de man zou verontrust worden, maar hij komt zijn oude vriend tegen, die
een scepticus is en deze lacht de angst uit hem weg. De vrouw komt thuis
en praat met diegenen, die ze haar vriendinnen noemt en die even
goddeloos zijn als zijzelf en door hun gebabbel wordt ze bevestigd in
haar zorgeloosheid. O heren, uw vrienden kunnen u niet verlossen,
wanneer u uw ziel verliest door hun hulp. Kies liever als vrienden
diegenen, die u ronduit ernstige waarheden vertellen, dan diegenen die
met overmatige lieflijkheid u zullen vleien tot uw eeuwig verderf.
Nogmaals, geliefde
vrienden, ik zeg dit – en moge God het bij sommigen met kracht laten
doordringen – vrede, die veroorzaakt wordt door de duivel is vaak
een verschrikkelijk voorspel van de laatste geweldige storm. Iemand,
die me de aardbeving in het zuiden van Frankrijk beschreef, zei: “Ik
zag nooit zulk prachtig weer als toen wij die morgen opstonden. Alles
leek te glimlachen over de blauwe Middellandse Zee en de azuren lucht
was zonder wolk. Plotseling, zonder een ogenblik van waarschuwing, begon
de aarde te beven en was er in hun paniek een groot geschreeuw van
mannen en vrouwen.” Het gebeurt gewoonlijk, voor de vreselijke
beroering, dat er een onheilspellende kalmte is. U moet een paar minuten
voor de storm hebben opgemerkt, hoe verschrikkelijk stil alles wordt. De
lucht is zonder beweging, de vogels zitten zwijgend op de tak, geen blad
beweegt, alles is in stille afwachting. Misleid uzelf niet; met
vlammende vleugels haast de hevige storm zich voort. Terwijl u spreekt,
barst het boven u los en brengt alles in verwarring en ontzetting. Voor
de laatste verschrikkelijke orkaan van het oordeel kan een ziel in slaap
zijn en rondom kan een diepe kalmte zijn. Pas op voor die verraderlijke
vrede! Pas op voor ongevoeligheid! Uw ongevoelige toestand zou u moeten
waarschuwen, dat u overgegeven bent aan de vernietiging. In de
poolstreken zullen mensen, wanneer slaperigheid hen bekruipt, door hun
metgezellen worden wakker gepord en gemasseerd. Dezen willen hen niet
laten sluimeren, want slapen betekent nooit meer wakker worden. Zo’n
slaperig iemand verdedigt zich: “Laat me een half uur slapen en ik zal
zo opgeknapt zijn.” Helaas! Als hij slaapt zal het hem kwaad doen,
want hij zal stijf worden in de dood, die de vorst over hem brengt. Ga
door, verstandige vrienden en schudt hem vol medelijden! Dwing hem heen
en weer te lopen, of wrijf hem krachtig, totdat het hem zeer doet. Ik
kan u op dit ogenblik niet met mijn handen vastpakken; ik zou u ook niet
wat betreft het lichaam door elkaar willen schudden, maar o, als ik dit
maar geestelijk kon doen en u wakker kon krijgen! Ik kan u niet laten
slapen, totdat uw ziel in de verdoemenis is. Kom vrouw, u moet uzelf
aanpakken, u moet deze fatale verdoving kwijt, deze dodelijke vrede,
want anders zult u heengaan uit de wereld van de hoop en wakker worden
in de kerker van de wanhoop. Ik heb nu zoveel over dit vreselijke
onderwerp gesproken als ik verstandig acht: moge de Heilige Geest het
bij u allen zegenen! Het is niet mijn spreken, het is uw denken wat nu
nodig is. De Here bewege u tot heilige gedachten!
II Nu komen we bij
het tweede deel van onze toespraak, waarover we met veel meer vreugde
hopen te spreken. De psalmist zegt: “De Here zal Zijn volk met vrede
zegenen.” Hier hebben we DE VREDE VAN DE HERE. Ik vertrouw dat hele
aantallen van u die vrede nu genieten. Een man van God lag op sterven,
maar hij was erg kalm; ja, meer nog – hij was buitengewoon gelukkig.
Hij vervulde het huis met blijdschap. Allen, die hem kwamen opzoeken,
wisten dat hij op het punt stond om te sterven, zoals hijzelf ook heel
goed wist. Ze gingen opgebouwd en getroost weg door het gesprek dat ze
met deze driemaal gelukkige man hadden. Iemand zei tegen hem: “Vriend,
hoe komt het dat je zo’n vrede hebt?” Hij antwoordde: “Ik zie er
geen andere grond of oorzaak voor, behalve dit: er staat geschreven:
“Gij zult hem in volkomen vrede bewaren, wiens gedachten op U rusten,
omdat hij op U vertrouwt.” Was dat niet een bevredigend antwoord?
Hierin ligt een zwaarwegend argument. Als uw gedachten op God gericht
zijn, zal Hij u in volmaakte vrede bewaren. U zou uzelf niet in
volmaakte vrede kunnen bewaren in het uur van beproeving, of bij zwakte
of bij aftakeling, maar de Here kan u bewaren. Wanneer hart en vlees het
begeven, zal God uw uitnemende vreugde zijn. Dan zult u de erfenis van
Christus ontvangen – “Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u.” Ik
houd van die tekst vanwege de dubbele blik, die het geeft op de
Vrede-gever. Hier is een stervende Heiland, Die Zijn testament opmaakt
en zegt: “Vrede laat Ik u.” En hier is de levende Heiland, Die Zijn
hand uitstrekt en zegt: “Mijn vrede geef Ik u.” Hij heeft die niet
alleen in Zijn testament achtergelaten, maar Hij heeft die met Zijn hand
gegeven.
Nu, geliefden, de
vrede die we zouden moeten verlangen om te bezitten is ten eerste van
alles, een vrede die een zegen is: “De Here zal Zijn volk
zegenen met vrede.” Valse vrede is een vloek, maar wezenlijk vrede met
God te hebben is een onvermengde zegen; het brengt geen verdriet met
zich mee. Terug te vallen aan de boezem van de Vader en te zeggen: “Ik
weet dat Hijzelf mij liefheeft en ik weet dat ik Hem liefheb;” op te
zien tot Jezus en te zeggen: “Hij heeft mij liefgehad en Zich voor mij
overgegeven;” het werk van de Heilige Geest te ervaren en ons over te
geven aan Zijn werking – dit is onuitsprekelijke vrede. Geen twist met
God te hebben, geen verschil te hebben tussen Zijn wil en de uwe – is
een vreugdevolle ervaring. Mensen mogen mij haten, maar als mijn God mij
liefheeft, wat maakt dat dan uit? Ik kan de steek van scherpe
onvriendelijke woorden voelen, maar als mijn God tot mij spreekt van
vrede, wie kan dan onrust veroorzaken? “Hij zal van vrede spreken tot
Zijn volk en tot Zijn heiligen.” Dit is inderdaad vreugde! Kent u die?
Het is niet alleen
een zegen op zich, maar het is een zegen wat betreft de gevolgen. Er is
geen mens zo nederig als de mens, die volmaakte vrede met God heeft: hij
verbaast zich over de zegen, die hij geniet. Er is geen mens zo
dankbaar; er is geen mens zo moedig; er is geen mens zo weinig beïnvloed
door de wereld; er is geen mens, die het lijden zo geduldig draagt; er
is geen mens die zo zeer gereed is voor de hemel als de mens, die
volmaakte vrede heeft met God en die vrede kent. De vrede Gods, die het
verstand te boven gaat, is een heilige wachter voor de ziel; het zal
onze harten en gedachten behoeden in Christus Jezus. De waarde van de
vrede, die het hart en de gedachten behoedt, is enorm groot. Het wendt
allerlei soort van kwaad af en bewaart ons tot de dag van de
verschijning van de Here. Hoe meer u vrede met God geniet, hoe beter.
Valse vrede stompt af en is dodelijk als opium. Zelf de kleinste druppel
van dit slaapmiddel kan schadelijk zijn voor de geest, maar u kunt
spoedig zoveel van dit valse vertrouwen indrinken, dat het het geweten
verdooft en een fatale hardheid van hart doet ontstaan. Maar van Gods
eigen vrede kunt u ten volle drinken en er zal geen schade van komen. U
kunt zo gelukkig mogelijk zijn in de Here; daar wordt u alleen maar
beter van. Krijg een krachtig geloof en zelfs een volle zekerheid en het
zal u nooit nutteloos maken – het zal een zegen zijn en alleen een
zegen voor u zijn, al uw dagen. “De Here zal Zijn volk zegenen met
vrede.
Merk vervolgens op,
dat deze vrede alleen van God komt. “De Here zal Zijn
volk zegenen met vrede.” U kunt die vrede niet krijgen los van de Here
Zelf: het heeft geen zin te proberen die voor uzelf te bewerken. U zegt:
“Ik zal er beter voor zorgen; ik zal de wet houden; ik zal dit doen en
dat doen”: u zult nooit vrede opgraven uit het vuilnis van uw eigen
werken. U zult geen vrede spinnen uit uw eigen ingewanden, zoals een
spin haar web spint. U moet om vrede naar de Here gaan en er is slechts
één weg, waarlangs u tot Hem kunt gaan: Jezus zegt: “Ik ben de
weg.” Ga tot de Vader door Jezus Christus, door de kracht van de
Heilig Geest. Vertrouw de Vader, rust in Christus, geef u over aan de
Heilige Geest en u zult de vrede hebben, die God geeft. O geliefde
toehoorders, als u bij me zou kunnen komen om te praten en ik zou u
kunnen troosten, dan zou het voor u geen zin hebben. Als u naar een
opgedofte priester zou gaan en hij kon u vergiffenis schenken, dan zou
het slechts één van de donkerste zinsbegoochelingen zijn. Maar als u
naar God gaat en Zijn vrede krijgt, dan is de vrede echt en blijvend:
het is gefundeerd op eeuwige waarheid; het wordt gegarandeerd door de
God der heiligheid; het is beoordeeld als zijnde betrouwbaar door de
Rechter der gehele aarde. Hier hebben we vrede van lippen, die niet
kunnen liegen, vrede vanuit een hart, dat niet kan veranderen, vrede
door het bloed dat een volledige verzoening tot stand heeft gebracht. Ik
vraag u, zoek deze vrede en vergewis u hiervan. Zie hoe geestelijk die
is, want u moet er voor naar God toe en u kunt slechts tot Hem komen in
geest en in waarheid. U ziet hoe weinig het afhangt van uiterlijkheden,
van het gaan naar de kapel, of van het gaan naar de kerk: het is door
een geestelijk naderen tot God, dat deze zegen kan worden verkregen. Kom
tot de Here en de Gever van vrede. Kom tot Jezus, Die onze vrede is. O,
moge de Goddelijke Geest u leiden om nu tot Jezus te komen, op dit
ogenblik, want door tot Hem te gaan, zult u rust ontvangen! Pleit nu op
deze belofte – “De Here zal Zijn volk zegenen met vrede.”
Deze vrede komt
alleen tot Zijn eigen volk: “De Here zal Zijn volk zegenen
met vrede.” Hij zal nooit degenen zegenen met vrede, die in opstand
tegen Hem blijven. “De goddelozen zijn als een opgezweepte zee, die
niet tot rust kan komen, wier wateren modder en vuil opwerpen.” Zeg,
bent u één van Zijn volk? Bent u getrouw aan de Vorst Immanuël?
Als dat zo is, dan heeft de Here u gekocht met Zijn kostbaar
bloed en bent u van Hem. De Here zal Zijn volk, dat gekocht is met Zijn
bloed, zegenen en hem de Zijne laten worden, zowel door kracht als door
de prijs. Rust u in Christus alleen? Is het verzoenende offer de grote
hoop van uw ziel? Als dat zo is, dan bent u wedergeboren tot een levende
hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden en de Here zal
Zijn volk met vrede zegenen, hen, die met Zijn eigen geliefde Zoon zijn
opgestaan. Als u het geloof hebt van Gods uitverkorenen, dan bent u één
van Zijn uitverkorenen. Als u hebt afgerekend met het ik, de wereld en
de zonde als het grootste verlangen van uw hart, dan maakt u deel uit
van Zijn volk. Als u uzelf aan God overgeeft om voor Hem te leven, dan
bent u één van Zijn volk en de Here zal u met vrede zegenen. Hoe meer
u zich vasthoudt aan de Here Jezus, hoe helderder en vollediger uw vrede
zal zijn.
Behoort u Hem toe,
zodat Hij u één van Zijn volk kan noemen? “Wel,” zegt iemand,
“ik behoor bij de kerk.” Dat is een ondergeschikte zaak. Er zijn
velen in de zichtbare kerk die niet tot God behoren. “O, maar ik
behoor bij dat bedehuis. Het staat goed bekend om het geestelijke
leven.” Dat kunt u doen en toch niet één van Gods volk zijn, want er
groeit onkruid tussen het beste van de tarwe. Zeg, o ziel, vertrouwt u
alleen op Jezus de Redder? Hebt u zichzelf overgegeven aan de Here om
niet langer van uzelf te zijn? Hebt u een verbintenis met Christus –
zodat u geheel van Hem bent en u Zijn bruid bent? Dan zal de Here u
zegenen met een overvloed van vrede. Dit is een stelling uit de
praktijk, zie of die niet juist is.
Merk verder op, dat
dit vrede is tijdens een hevige storm en vrede na de storm. Lees
nog eens deze psalm negenentwintig: het is de psalm over het onweer.
Hoor hoe de stem van God er doorheen dondert van begin tot eind. De
grote ceders van de Libanon worden gespleten; de bergen worden bewogen,
de woestijn van Kades beeft en de sidderende hinden werpen hun jongen in
hun angst. De hele aarde schudt heen en weer onder de geduchte stem en
wordt verlicht met vlammen van de bliksem van de Here. Toch eindigt de
psalm met deze genadevolle woorden – “De Here zal Zijn volk zegenen
met vrede.” Sommigen van ons genieten onze grootste vrede, wanneer de
Here rondgaat en de donder rolt als de trommels in de mars van de God
der heerscharen. We voelen ons opgetogen, wanneer we merken dat onze
Vader zeer nabij is en zo spreekt, dat wij Zijn stem horen. In
geestelijke stormen is die stem onze troost en nadat de hevige stormen
voorbij zijn, spreekt de Here in een lieflijke stilte tot het hart van
Zijn kinderen. Hij bedaart onze angst, terwijl Hij fluistert: “Ik ben
het; wees niet bevreesd.” Broeders, u zult vele stormen hebben tussen
hier en de hemel, maar voor de storm, in de storm en na de storm “zal
de Here Zijn volk zegenen met vrede.”
Toen ik mijn tekst
gisteravond overdacht, leek het me een zeer verwonderlijk gedeelte. Het
is een soort snelvuurtekst, als een geweer dat altijd geladen is en
voortdurend afgevuurd kan worden. Het is een overvloeiende bron, die
steeds weer begint met frisse stromen. “De Here zal Zijn volk zegenen
met vrede.” We hebben deze veertig jaar vrede met God gehad; ja, maar
we hebben voor vandaag een belofte van vrede. Veronderstel dat we nog
eens veertig jaar zouden leven, dan zullen we nog dezelfde belofte
hebben – “De Here zal Zijn volk zegenen met vrede.” Ik zou een
eeuwig geldige cheque van een of andere miljonair willen hebben, die als
volgt luidt: “Zo dikwijls deze cheque bij de bank aangeboden wordt,
betaal dan aan de drager ervan wat hij vraagt.” Weinig mensen die
zo’n document bezaten zouden bij de bank wegblijven. We zouden
regelmatige bezoekers zijn. O kinderen van God, u hebt zo’n belovende
notitie in de tekst hier voor u! De Here heeft eindeloze, grenzeloze
vrede in Zichzelf en wanneer u lang vrede met Hem hebt genoten, dan mag
u opnieuw naar Hem toegaan en zeggen: “Here, hernieuw mijn vrede. Ik
ben bang, maar U bent onveranderd: zegen mij met Uw vrede.” Wanneer u
arm bent, doe dan hetzelfde. Wanneer u kinderen krijgt en daarbij ook de
zorgen van een gezin, breng de nieuwe last naar de Here, want Hij geeft
vrede. En als de kinderen sterven en u huilt als uw jonge scheuten
worden afgesneden, wend u toch tot de Here en geloof dat Hij u zal
zegenen met vrede. Als uzelf ziek wordt en de tekenen van een dodelijke
ziekte bij u optreden, wees dan desondanks kalm, want Hij zal u zegenen
met vrede. Wanneer u de trap op moet gaan naar boven en daar op uw
laatste bed moet liggen om niet meer op te staan, dan, juist dan, zal de
Here u zegenen met Zijn eeuwig levende vrede. Wanneer u wakker wordt bij
het geluid van de laatste trompet, dan zal de Here u nog steeds in
volmaakte vrede bewaren. “Er blijft een rust voor het volk van God.”
Dit is steeds de erfenis van Zijn gelovigen: “Wij dan gerechtvaardigd
door het geloof, hebben vrede met God.” Wat ons menselijk geslacht ook
zal overkomen volgens de donkere bladzijde van de profetie, wat ook de
verschrikking zal zijn, die los zal breken gedurende de eindeloze eeuwen
van de toekomst, de Here zal Zijn volk zegenen met vrede. Neem deze
waarheid in uw hart mee naar huis; leef ermee en u mag eeuwig wonen in
de tegenwoordigheid van de Koning.
Ik heb de toespraak
af wanneer ik de volgende woorden heb gesproken. Ten eerste, laten we
ons afvragen of we rusten op een vals of een echt fundament. Spreek ik
nu tot een vreemdeling in deze Tabernakel, die hier vandaag voor de
eerste keer is? Ik wens alleen maar iets goeds voor u te doen en toch
zou ik u graag tot op het fundament willen doorzoeken. Is uw hoop
gebouwd op een valse vrede? Dan zou ik die heel graag omverwerpen en
geen steen op de andere willen laten. Schuilplaatsen van leugens moeten
worden weggevaagd, voordat de schuilplaatsen van genade gezocht zullen
worden. Als u schuilt achter “een overhellende muur en een wankelende
schutting”, zou ik heel graag een handje willen helpen om die omver te
duwen, want hij zal spoedig omver gaan en hij kan beter nu gaan, terwijl
u een andere schuilplaats kunt zoeken. U zult nooit op een juist
fundament staan, voordat u van het verkeerde af bent. Zolang uw geluk en
vrede vals zijn en nog mooi zijn om naar te kijken, zult u geen echte
vrede zoeken; daarom wil ik graag de afgoden aan gruzelementen slaan.
Wilt u daar naar kijken? Wilt u het opgeven om te zeker te zijn? Mag ik
u vragen niets als een grond van troost te aanvaarden van hetgeen niet
waar is? Geloof niet in een veiligheid, die slechts van tijdelijke
waarde is. Geloof de eeuwige waarheid en zoek het eeuwige leven. Hul
uzelf niet in een troost die u niet durft te beproeven en te testen. Als
u die niet tot op de bodem durft te onderzoeken, weg ermee. Als het niet
een nauwkeurig onderzoek kan verdragen, laat het dan over aan hen die
zich kunnen veroorloven om grote risico’s te lopen, want u kunt dat
niet. Als u niet durft na te denken over uw toestand, wees er dan zeker
van dat er iets verkeerds in is. Wandel in het licht van God en heb geen
deel aan de onvruchtbare werken der duisternis.
Mag ik u dringend
vragen, wanneer u deze dingen ter harte hebt genomen, om meteen serieus
met God in contact te treden. Zeg niet: “Ik zal beginnen de Heilige
Schrift te onderzoeken.” Dat is op zich een goed iets, maar als u rust
in het bijbellezen en niet naar God Zelf toe gaat, dan kan uw
bijbellezen een struikelblok worden voor uw ziel. Zeg niet: “Ik zal
vaker een godsdienstoefening bijwonen.” Dit kan ook goed zijn, maar
godsdienstoefeningen zullen u ruïneren als u ze in de plaats stelt van
uw persoonlijke omgang met God. Uw levende ziel heeft persoonlijk te
maken met de levende God. Kom deze morgen tot Hem, als u nooit eerder
gekomen bent. Kom meteen. Stel niet uit. Schrikt u terug? Hebt u een
introductie nodig? Hebt u een vriend nodig om met u mee te gaan naar de
grote rechtbank van de hemel? Zie, de Zoon van God wacht erop om uw
Middelaar en Voorspraak te
worden. Kom tot de Vader door de Zoon en u zult geenszins worden
uitgeworpen.
Krijg hoop, o mijn
toehoorder, waaraan u tot het laatste toe genoeg zult hebben. Krijg hoop
waarmee u kunt sterven. Ik vraag u dringend bij de levende God en bij
Christus Jezus, Die zeker zal komen om de levenden en de doden te
oordelen, krijg een vertrouwen dat de test van de dood, het oordeel en
de eeuwigheid kan doorstaan. Zoek “vrijmoedigheid te hebben op de dag
van het oordeel.” Dit is geen geringe zaak. Zorg voor zekerheid
wat betreft de dag van het oordeel. Hoe kunt u zeker zijn, tenzij uw
vertrouwen gebouwd is op het fundament dat God Zelf heeft gelegd? Zie op
het geheel toereikende offer. Rust in de Goddelijke genoegdoening, het
Lam geslacht vanaf de grondlegging der wereld.
“Maar hoe kunnen
we zeker zijn?” roept iemand. Er zijn duizenden van ons, die de
zekerheid hebben van een kinderlijk geloof. We zouden geen minuut kunnen
rusten, als we niet zeker waren van deze zaak. Ik zou niet tevreden
kunnen zijn met een redding, die me niet de zekerheid gaf in mijn ziel,
want de zonde is echt en ik moet een echte vergeving hebben; mijn
verontrust hart is echt en ik moet een echt vertrouwen in een Redder
hebben; mijn innerlijke zondigheid is echt en ik moet een echte nieuwe
geboorte tot heiligheid hebben. Op de dag, toen ik Christus Jezus als
mijn Here vastgreep, ervaarde ik in Hem zo’n echte vrede, dat ik wist
en ervan overtuigd was dat Hij in staat is om te redden. Als iemand mij
een dogmaticus noemt, dan geef ik deze beschuldiging toe. Ik moet wel
dogmatiseren, wil ik zekerheid hebben. Ik kan niet leven zonder zeker te
zijn; twijfel in deze zaak is de dood. Ik aanvaard de verzoening van
mijn Here; ik rust erop en ik vind vrede voor mijn ziel. “Als”,
“maar”, “stel” – dit zijn dolksteken in mijn hart. Wat voor
troost ligt er voor een ziel in iets, waarvan hij niet weet of het waar
is? De kracht en het wezen van de troost liggen in de zekerheid van de
waarheid, die geloofd wordt. Als u er niet zeker van bent, rust dan
niet, totdat u het bent. Als u eenmaal zeker weet, dat God goed is voor
Israël en dat Hij Zijn volk met vrede zal zegenen, ga u dan zoveel in
die vrede verheugen, als uw ziel aan kan. Zing zowel bij dag als bij
nacht. “Verheug u in de Here ten allen tijde; en nogmaals zal ik
zeggen, verheug u.” Wat mij betreft, ik weet in wie ik geloofd heb en
het besluit van mijn ziel is mijn Here voor eeuwig te verheerlijken.
Amen.
©
Copyright vertaling 2004 B. Kroeze, Doldersum. Alle rechten
voorbehouden. info@mannavoorpelgrims.nl
Zie voor copyrightregels: www.mannavoorpelgrims.nl
|