|
|
WAT DE GEMEENTE BEHOORT TE ZIJN.
Printversie:
Een toespraak gehouden op zondagochtend 29 september 1878
door C. H. Spurgeon.
“Mocht ik nog uitblijven, dan weet gij, hoe men zich
behoort te gedragen in het huis Gods, dat is de gemeente van de levende
God, een pilaar en fundament van de waarheid.” 1 Timotheüs 3:15.
Paulus’ bedoeling in deze brief was de jonge Timotheüs te
instrueren, hoe hij zich diende te gedragen in de gemeente van God, zodat
hij zijn ambt kon vervullen als prediker, evangelist en herder met achting
voor hemzelf en nut voor de mensen. Hij herinnert hem eraan dat de
gemeente het huis van God is en in Gods eigen huis dient een mens zich
bijzonder goed te gedragen, want het is geen geringe zaak om tot de Here
te naderen. Een arme man die wordt geroepen om een vorst of een koning te
bezoeken, zal bezorgd informeren, hoe hij zich dient te gedragen. Wanneer
wij, arme schepselen die wij zijn, worden toegelaten tot de gemeente, die
het huis van God is, dan behoren wij te informeren wat voor gedrag
fatsoenlijk en gepast zal zijn voor diegenen, die worden toegelaten in de
tegenwoordigheid van de grote Koning en toestemming krijgen om binnen Zijn
paleispoort te verblijven. In het bijzonder dient een ieder van ons zich
in te spannen zich juist te gedragen in het huis van God als wij weten,
dat naar ons wordt opgezien en dat wij worden nagevolgd. Allen die de
jongeren onderwijzen, allen die ouders zijn, allen die mensen op leeftijd
en met ervaring zijn, allen die invloedrijke posities bekleden en speciaal
alle diakenen, oudsten en predikers, moeten de Here bidden dat zij mogen
weten hoe zij zich behoren te gedragen in het huis van God, opdat niet
onbewust hun wangedrag schadelijk zal zijn voor de zwakkeren. Zulke mensen
hebben het nodig te leren hoe ze zich moeten gedragen ten opzichte van hun
broeders, ten opzichte van de Oudere Broeder en ten opzichte van de grote
Vader van allen. We hebben het nodig de manieren van het huis te leren, de
gewoonten van het paleis. Deze morgen zal een deel van het doel van de
preek zijn, dat diegenen van ons, die in het huis van God zijn, mogen
leren hoe we ons daarin hebben te gedragen; maar de standvastigheid in het
geloof, die een mens niet alleen tot een bewoner in de gemeente maar tot
een pilaar ervan maakt, zal speciaal op de voorgrond worden geplaatst
Ik ga u vanmorgen niet lastigvallen met de diverse interpretaties,
die aan het gedeelte hier voor ons zijn gegeven. Het is een soort Vlakte
van Esdralon, waar sinds onheuglijke tijden veldslagen zijn geleverd. Er
zijn veel suggesties gedaan wat betreft de interpretatie ervan, om de
betekenis die in onze vertaling eraan gegeven wordt, te vermijden, omdat
die betekenis is misbruikt als een verdediging van de Roomse Kerk. Het
lijkt me echter als ik er, zo zorgvuldig als ik kan, naar kijk, dat onze
vertaling ongeveer de best mogelijke is en ik weet zeker dat het Gods
gedachten in zich heeft. Waarschijnlijk was de betekenis nooit ter
discussie geweest, als het niet was vanwege de strijdpunten, die eruit
voortgekomen zijn, waarbij deze tekst werd misbruikt en verkeerd werd
weergegeven. Ik ben nogal achterdochtig wat betreft de interpretaties die
voortkomen uit strijdpunten. Wat hebben we ermee te maken of we òf een
protestantse òf een katholieke betekenis aan de Schrift geven? Is het
niet onze plicht om de ware betekenis te geven, wat die ook moge zijn? Er
kan nooit enige rechtvaardiging zijn om de Schrift te verdraaien, teneinde
die uit de hand van een vijand te rukken. En het is in dit geval ook niet
nodig, zelfs al zou het wel mogen. Tevergeefs heeft de Roomse Kerk
geprobeerd uit deze tekst af te leiden, dat zij de grote bron van waarheid
is, want het gedeelte kan nooit op haar slaan, omdat ze helemaal van de
waarheid is afgeweken en door de apostel in de verzen, die op de tekst
volgen, wordt beschreven als een kerk, die het geloof verlaat en aandacht
schenkt aan de verleidende geesten, het huwelijk verbiedt, enzovoort.
Pausdom of geen pausdom, laten we het Woord van God nemen in haar
natuurlijke en duidelijke betekenis en we zullen daardoor onderwezen
worden. Moge God de Heilige Geest ons in staat stellen Zijn eigen Woord te
begrijpen.
Ten eerste zal ik uitvoerig de tekst uiteenzetten en daarna zal ik proberen de les hieruit te
benadrukken.
Bij het uitleggen zie ik drie dingen om op te merken; de eerste is de
EERVOLLe naam van de gemeente: “De gemeente van de levende
God.”
Ten
eerste, het wordt de
gemeente genoemd. Wat is een gemeente? Het is een vergadering; een
christelijke gemeente is een vergadering van gelovige mensen: van mensen
die de waarheid kennen, haar geloven, haar belijden en haar trouw blijven.
Het Griekse woord betekent een vergadering, die wordt bijeengeroepen uit
de hele bevolking om het burgerrecht uit te oefenen. Een ecclesia of een
gemeente is geen gespuis, noch een wanordelijke bijeenkomst,
samengestroomd zonder doel of reden, maar een ordelijke vergadering van
mensen, die er uitgeroepen zijn door genade en samengebracht zijn door de
Heilige Geest. Die personen vormen de vergadering van de levende God. Om
een gemeente te zijn, moet er een selectie en een eruit roepen zijn en dat
roepen moet van God komen, Die alleen krachtdadig kan roepen. Betreffende
al de leden van deze zorgvuldig gekozen vergadering is er een eeuwig doel,
dat de oorspronkelijke reden van hun geroepen zijn is en voor elk van hen
is er een krachtdadige roeping, waardoor zij werkelijk bijeengebracht zijn
tot de gemeente; er is dan ook een heg en een schutting rondom deze
gemeente, waardoor ze in stand wordt gehouden als een afzonderlijk
lichaam, apart van de rest van de mensheid. Het bevel, dat hen wegroept
van de wereld, is erg duidelijk: “Daarom, gaat weg uit hun midden en
scheidt u af, spreekt de Here en houdt niet vast aan het onreine; en Ik
zal u aannemen en Ik zal u tot Vader zijn en gij zult Mij tot zonen en
dochters zijn, zegt de Here, de Almachtige.” De gemeente is niet een
aantal onwedergeboren mensen, die geheel en al op grond van hun eigen
denkbeeld samengekomen zijn om bepaalde dogma’s te verdedigen. Zulke
mensen kunnen een vereniging vormen, maar ze kunnen niet een gemeente
vormen. Er moet een samenkomen zijn van vernieuwde mensen, in de naam van
Jezus, door de kracht van de Heilige Geest en dezen moeten samenkomen voor
doeleinden, die God Zelf bepaalt en dezen moeten worden samengevoegd op
Zijn eigen wijze. Jezus moet de verbindende hoeksteen zijn en Zijn Geest
de inwonende kracht, zoals er geschreven is: “In wie ook gij mede
gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.”
Maar de titel krijgt vat op ons, wanneer we het lezen als “de
gemeente van God.” Er is een synagoge van satan en er is een
gemeente van God. Er zijn zogenaamde gemeenten, die niet van God zijn,
hoewel ze Zijn naam aannemen; maar wat een eer is het om iemand te zijn
van de vergadering van God, om iemand van diegenen te zijn, die God heeft
uitverkoren, die God heeft geroepen, die God levend heeft gemaakt, die God
heeft geheiligd, die God liefheeft en Zijn eigendom noemt! Hoe vereerd is
die vergadering, waarin Hij verblijf houdt! De tekst spreekt niet over de
gemeente van een land, of van een stad, ook niet over de gemeente van een
koning of prelaat, maar over de gemeente van
God. Geprezen zij God, sinds Jezus Christus naar de hemel is
opgevaren, is er altijd een gemeente van God op aarde geweest, over het
algemeen verborgen en bedekt, vaak vervolgd en altijd veracht, maar toch
nog altijd levend. Deze gemeente werd, net als haar Here, vaker gevonden
bij de armen dan bij de rijken, vaker legde ze belijdenis af op de
brandstapel dan dat ze geëerd werd in het paleis; steeds is zij aanwezig
geweest om getuigenis af te leggen voor de waarheid, zelfs in de donkerste
tijden. Er is ons in elke tijd een overblijfsel gelaten overeenkomstig de
verkiezing der genade: ik spreek nu niet van deze of van die denominatie,
maar van het echt geestelijke volk, dat in het leven en de kracht van God
trouw getuigenis heeft afgelegd van de waarheid zoals deze is in Jezus.
Dit is de gemeente van God.
De
benaming neemt toe in haar uitnemendheid door het woord dat op God van
toepassing is. Het is “de gemeente van de levende God”,
niet uw samenkomst, o Diana, hoewel men van u zei, dat u uit de hemel
gevallen was, want u bent een levenloos beeld! Wat was Diana van de Efeziërs?
Wat voor leven of kracht was er in dat levenloze blok? Timotheüs wist dat
de vergadering, die samenkwam in de naam van Diana, niet door een levende
God eruit was geroepen. Broeders, het is een groots feit dat onze God, de
God van de gemeente, leeft en regeert en dat Hij Zijn leven geheel rondom
ons laat zien. We zien Hem de natuur staande houden, de voorzienigheid
bepalen en regeren in het midden van Zijn gemeente en terwijl we Hem zien,
aanbidden we Hem. De HERE is de levende God en het Goddelijke leven wordt
in elk van de aanbiddelijke Personen van de Godheid gezien. Onze Here
Jezus Christus is voor ons niet een dode Christus: we hebben Hem lief en
prijzen Hem, omdat Hij eenmaal aan het kruis stierf, en we aanbidden Hem,
omdat Hij voor altijd leeft om voorbede voor ons te doen. Wij prediken het
evangelie vrijmoedig vanwege Zijn levende kracht en wij zijn ijverig om
Zijn geboden na te leven, omdat wij Zijn levende regering in het midden
van de gemeente erkennen. De levende God bewijst Zijn leven in ons midden
door de Heilige Geest, door de bekering van zondaren, door het troosten en
onderwijzen van de heiligen en door het opbouwen van de gelovigen tot een
goed ineensluitend bouwwerk. Aangezien de gemeente behoort tot de levende
God, wat is dan een dode gemeente? Is dat de gemeente van de levende God?
Hoe bestaat dat? Alleen als u en ik de Geest van God bezitten, Die ons
levend maakt tot een leven van godsvrucht, mogen we onszelf durven
beschouwen als een deel van de gemeente van de levende God. Als u nooit
levend bent gemaakt door de Geest van God, als u dood bent in
overtredingen en zonden, wat hebt u dan te maken met de gemeente van de
levende God? O u, die dood en verdorven bent, hoe kunt u gemeenschap
hebben met de levenden in Sion. Slechts wanneer u voor God leeft, kunt u
worden opgebouwd als levende stenen in de levende tempel van de levende
God. De zaak die het meest gevreesd moet worden in elke gemeente, is de
achteruitgang van leven. Wij kunnen spoedig vervallen tot vormendienst en
zelfs de waarheid vasthouden in de koude greep van de geestelijke dood;
het gebed kan worden genegeerd en de andere ambten van geestelijk leven
kunnen worden veronachtzaamd en dan zal alles wegkwijnen. “Gij hebt de
naam dat gij leeft en gij zijt dood” is het vreselijke vonnis, dat
geschreven moet worden dwars over het voorhoofd van een gemeente, die
alleen maar de naam heeft. Broeders, als we de gemeente van de levende God
willen zijn, moeten we door en door levend zijn voor God.
Wat een verheven lichaam is deze gemeente van de levende God. Waar
zie ik het? Ik zeg niet dat ik het geheel ervan zie, want tot nog toe is
deze bruid van Christus bezig gevormd te worden. Evenals Adam Eva niet
zag, totdat zij volmaakt was en wij daarom niet kunnen veronderstellen,
dat zij zichzelf zag, zo zien wij geen zichtbare belichaming van de gehele
gemeente van Christus en die zullen we ook niet zien, voordat Christus een
tweede keer zal komen en haar aan Zichzelf zal voorstellen als een
eervolle gemeente zonder vlek of rimpel of iets dergelijks. Vandaag moeten
we, wat betreft de gemeente van Christus, heel erg door geloof wandelen,
want haar leden worden nog gevormd en worden het best opgemerkt door
geestelijke mensen. Gelukkig zijn we als we leden van die gemeente zijn,
ja leden van Christus Zelf door het levende geloof, dat ons verenigt met
de levende God. Laten we nooit oneerbiedig over de gemeente van God
spreken, of anders aan haar denken dan met liefde en intense toewijding
aan haar belangen, want zij behoort God toe. Laten we bidden voor haar
vrede en voorspoed, omdat zij de stad van de grote Koning is. Laten we de
Here dagelijks vragen Zijn eigen gemeente meer en meer zichtbaar en
krachtig te maken temidden van de mensheid, opdat ze tevoorschijn mag
komen “blank als de maan, helder als de zon en vreselijk als een leger
met banieren.”
Nu in de tweede plaats willen we in overweging nemen HAAR DOEL MET
BETREKKING TOT GOD. De apostel spreekt over de gemeente van de levende God
als het
huis van God. Dit is een erg mooi en leerzaam beeld. “De
Allerhoogste woont niet in tempels met handen gemaakt”, of ze nu
kathedralen, kerken of bedehuizen worden genoemd. Vandaag is er geen
gewijd heiligdom, geen voorgeschreven gebouw, dat we moeten bezoeken als
we God zouden willen ontmoeten, want zie, de Here dient overal gevonden te
worden door degenen die Hem aanbidden in Geest en in waarheid. Oprechte
harten zien het hele heelal als een tempel, waarin iedereen spreekt over
de heerlijkheid van God. Toch is er een heiligdom en een tempel, maar het
is levend en geestelijk: de vergadering die er uitgeroepen is, de gemeente
van de levende God, is de speciale verblijfplaats van de Godheid.
Ik veronderstel dat we in de eerste plaats moeten opmaken uit het
feit, dat de gemeente Gods huis is, dat het de
plaats van Zijn aanbidding is. Zoals van oudsher de tempel de
heilige plaats was, waar de kinderen Israëls op pelgrimstocht naartoe
trokken, de richting waarin ze hun vensters openden wanneer ze baden en de
plaats van het enige altaar en het enige offer, zo is nu de gemeente van
God de enige plaats van de echte aanbidding van God. Hij wordt nergens
anders geestelijk aanbeden. Zij die nooit werden geroepen en nooit door
Hem levend werden gemaakt, kunnen net doen, alsof zij Hem aanbidden, maar
wat is dode aanbidding voor de levende God? Zij kunnen belijden Hem te
dienen met prachtige ceremoniën, rokende wierook en harmonieuze muziek,
maar wat is dit voor Hem, Die Geest is en aanbeden moet worden in Geest en
in waarheid? Slechts waar mensen geestelijk zijn, kan er geestelijke
aanbidding zijn; het is alleen met hun liefde, met hun vertrouwen, met hun
vreugde in de naam van Jezus en met hun gebeden en lofprijs, aangeboden
door de kracht van de Heilige Geest, dat God überhaupt aanbeden moet
worden. Droom er niet van, u goddelozen, dat u de levende God kunt
aanbidden. Het eerst volstrekt noodzakelijke voor uw aanneming is dat u
Zijn redding aanneemt. Weest eerst met Hem verzoend door de dood van Zijn
Zoon: want hoe zullen Zijn vijanden Hem een acceptabele lofprijs
aanbieden? U moet een deel worden van de levende gemeente door wederom
geboren te worden of anders kunt u de Here helemaal niet aanbidden.
Maar ik zou veel liever dit enigszins ceremoniële denkbeeld van
een tempel laten rusten en overgaan naar de meer vertrouwde gedachte van
een huis of thuis. De Here maakt de gemeente tot de
plaats van Zijn inwoning. De gedachte op zich is bekoorlijk. Het
is die oude profetie, die vervuld wordt: “Ik zal onder hen wonen en
wandelen.” God noemt Zijn gemeente een huis in de betekenis, dat Hij
daar verblijft. Hij is overal, maar Zijn speciale verblijfplaats, de
plaats van Zijn voeten, het thuis van Zijn hart is Zijn gemeente, die
eruit geroepen is, Zijn uitverkoren, verloste, wedergeboren, geheiligde
gemeente. Bevestigt dit gelovigen niet in een wonderlijk ereambt, dat God
in hen zou wonen? “Weet gij niet dat uw lichamen tempels zijn van de
Heilige Geest?” God woont in u. Als u inderdaad levend gemaakt bent door
de Geest, verblijft de Geest in u en zal voor eeuwig met u zijn. Van de
gemeente lezen we: “God is in haar midden, zij zal niet wankelen.”
In zijn eigen huis verblijft een man niet alleen, want dat zou hij
in elke herberg kunnen doen, maar hij voelt zich er thuis en daarom is het
de
plaats, waar hij zich manifesteert. U ziet de man niet in de
rechtbank, want daar ziet u de rechter; ook niet in zaken, want daar ziet
u de handelaar, maar thuis, bij de kinderen als één van hen, ziet u de
man, de vader, de echtgenoot; u ziet zijn hart en ziel. En God wordt in
het hele heelal niet gezien met iets wat gelijk is aan de mate van
helderheid, waarmee Hij waargenomen wordt in het midden van Zijn volk. De
Here God wordt heerlijker geopenbaard in Zijn volk dan in al de werken van
de schepping. Eerst heeft Hij Zich zeer glorieus geopenbaard in de Persoon
van Zijn Zoon en toen in allen, die verenigd zijn met Zijn Zoon. Hij
openbaart zich aan ons, zoals Hij dat niet aan de wereld doet. O,
wat een openbaring van de Goddelijke Majesteit hebben we gezien! Wat een
ontsluieringen van het ondoorgrondelijke, wat een openbaringen van het
oneindige heeft de Here Zijn gemeente achtereenvolgens laten zien! “Ik
zat in Zijn schaduw met grote vreugde en Zijn vrucht was zoet voor mijn
smaak.” “Hij bracht mij naar het feesthuis en Zijn banier over mij was
liefde.” Het is in het midden van Zijn gemeente waar wij onze Here zien
en blij zijn.
Het
huis van een man is ook de
plaats van zijn vaderlijk bestuur. In de gemeente staan we onder
de tegenwoordige regering van onze hemelse Vader. In de gemeente van God
zult u dit soms zeer frappant zien. Ik geloof dat, toen Paulus in verband
met bepaalde overtredingen in de gemeente zei: “Hierom zijn er velen
zwak onder u en ontslapen er niet weinigen”, hij ons een aanwijzing van
de opmerkelijke discipline gaf, die het grote Hoofd van het huis uitoefent
over gemeenteleden. Ik zeg niet over leden van alle gemeenten, maar ik zeg
dat temidden van leden van de reine gemeenten er een indrukwekkende
discipline plaatsvindt, want de Here is na-ijverig over Zijn huis en Hij
zal worden geheiligd in hen, die tot Hem naderen; daarom “reinigt u, die
de vaten des Heren draagt”. Als Hij een Vader is, dan verwacht Hij dat
Zijn woord Zijn huishouding zal regeren. In de gezegende huishouding van
God, onze Vader, is onze Here de enige Heerser. In Gods huis kennen we
geen wet dan slechts Gods wet en we erkennen geen wetgever dan slechts
Jezus, Die zei: “Eén is uw Meester, Christus, en gij allen zijt
broeders.” Gezegend is die regering en gezegend zijn zij die zich
daaraan onderwerpen, Zijn geboden doen, luisterend naar de stem van Zijn
Woord. God geve ons genade om op te komen voor de kroonrechten van Koning
Jezus en het Vaderlijke gezag van God in Zijn eigen gemeente en mogen we
nooit een louter menselijk gezag in de gemeente verdragen, hoelang ook de
overweldiging geduurd mag hebben. Als er sommigen in ons midden komen en
niet volgens Zijn Woord spreken, laten wij dan oordelen dat ze geen licht
in zich hebben, maar laten we geen ruimte geven voor onderwerping aan hen
- nee, nog geen uur.
Nogmaals, een man werkt voor zijn eigen huis en spant zich daarvoor
in; het is het voorwerp van zijn allerbeste
doelen. Als iemand zee en land afreist om goud te verwerven, dan
is het voor zijn huis. Als hij vroeg opstaat en laat op blijft en het
brood der smarten eet, dan is het altijd nog voor zijn huis. En zo
bestuurt het grote Gezinshoofd alle dingen voor Zijn uitverkoren gezin en
het oogmerk en de bedoeling van alle voorzienigheid is, als we het zouden
naspeuren tot het uiteindelijke doel, het goede voor hen die God
liefhebben en naar Zijn voornemen geroepenen zijn. Het volk van de Here is
Zijn deel en Zijn erfgoed. Daar Hij in hen woont, ziet Hij hen als Zijn
paleis: Hij beschouwt de gemeente als het oog van het heelal, de vreugde
van de aarde, de kroon van al Zijn werken. Naar haar gaan Zijn gedachten
van liefde uit en voor haar zijn Zijn woorden van waarheid en daden van
kracht.
We willen dit punt niet verlaten zonder op te merken hoe heilig al de leden van christelijke gemeenten dan behoren te
zijn! “Heiligheid is uw huis tot sieraad.” Een onheilig lid van een
gemeente! Wat zal ik zeggen? Laat deze dag die zwarte steen nat worden
door tranen van berouw en moge hij dan gewassen worden in het bloed van
Jezus. O lid van de gemeente, is uw gedrag niet in overeenstemming met uw
belijdenis? Oordeel uzelf en wees ijverig en bekeer u. Wij allen mogen ons
terecht verootmoedigen voor het aangezicht van God en Hem vragen ons te
reinigen, opdat wij geschikt mogen zijn voor Hem om in te wonen.
Hoe gehoorzaam behoren wij
ook te zijn, want als wij een deel van het huis van God zijn, laat het dan
onze vreugde zijn ons te onderwerpen aan de Meester. Wanneer we kinderen
in het huis van een liefdevolle vader waren, zou zijn heerschappij niet
vervelend voor ons zijn en met zo’n Vader als onze God erkennen wij, dat
Zijn bevelen niet zwaar zijn. Laten wij, een ieder van ons, zorgvuldig en
blij gehoorzamen.
Hoezeer behoort elk gemeentelid vervuld te zijn met eerbied, als
hij bedenkt dat hij wordt gebouwd in het huis van God. Waarlijk, als ik
mij begeef onder het volk van God, voel ik mij gedrongen om met Jacob te
roepen: “Hoe ontzettend is deze plaats! Het is niet anders dan een huis
Gods.” Belijd niet lichtvaardig uw christendom en wanneer u gedoopt bent
in de naam van Christus en verenigd bent met Zijn gemeente, zie er dan op
toe, dat u behoedzaam wandelt en dat u in alle dingen de leer van God, uw
Heiland tooit.
Tezelfdertijd, hoe vol
liefde behoren we te zijn, want God is liefde. Een huis is geen
thuis, wanneer liefde afwezig is en een gemeente is geen gemeente, als er
verdeeldheid onder de broeders is. Staat er niet geschreven: “De Vader
Zelf heeft u lief”, “Kinderkens, hebt elkander lief”, “God is
liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God en God in hem.”
Zo hebben we gesproken over het doel van de
gemeente met betrekking tot God: de krachtproef komt op de derde plaats,
HET DOEL VAN DE GEMEENTE MET BETREKKING TOT DE WAARHEID. Paulus vergelijkt
het met een pilaar en het voetstuk of fundament ervan, want dat, denk ik,
zou een mooie vertaling zijn. De tempel van Diana in Efeze was versierd
met meer dan honderd kolommen van kolossale afmeting. Ze waren
hoofdzakelijk van Parisch marmer en waren òf geleverd door de diverse
steden van Azië als offeranden aan de godin òf waren een bijdrage van
rijke mensen en vorsten. Van deze pilaren wordt gezegd, dat het enorme
stenen uit één stuk waren, achttien meter hoog; ze waren geplaatst op
een fundament, dat tien treden hoger lag dan het omringende gebied. Diana
had haar pilaren en haar fundament, maar ze had geen pilaar of fundament
van de waarheid, het hare was in alle opzichten bedrog. Nu, Paulus noemt
de gemeente van God het fundament en de pilaar van de waarheid. Wat
bedoelt hij? Let erop, dat zij niet de schepper van de waarheid is, of de
bedenker en vormgever van de leer. Door het spreken van bepaalde
godgeleerden zou u vandaag de dag gaan denken, dat de gemeente van God
zeker een fabriek van ideeën moet zijn, een school van uitvindingen, waar
knappe mensen nieuwe evangeliën uitdenken voor nieuwe tijden, of zoals
spinnen, voor zichzelf nieuwe webben spinnen als de oude kapot zijn. Men
vraagt om onze bewondering voor diegenen, die “met de tijd meegaan”,
en die in de pas lopen met de wonderbaarlijke vooruitgang van de
negentiende eeuw. Nu, de gemeente van God is niet de uitvinder van de
waarheid; ze is de pilaar en het fundament ervan.
Laat men zich ook herinneren dat het beeld niet verder moet worden
doorgevoerd dan het bedoeld was om te onderwijzen. In een bepaalde
betekenis kan de gemeente niet de pilaar en grond van de waarheid zijn. De
waarheid is op zich waar en heeft haar oorsprong uit de aard der zaak aan
God Zelf te danken. De gemeente wordt hier niet beschreven als het diepste
fundament van de waarheid, want het fundament van de pilaar der waarheid
rust op een rots en de gemeente rust op God, de Rots der eeuwen. Maar de
waarheid op zich is één ding, terwijl de waarheid zoals zij in de wereld
bestaat, een ander ding is. U hoort het vaak zeggen op openbare
vergaderingen, dat de waarheid machtig is en zal overwinnen. Ik durf te
zeggen dat het spreekwoord waar is, maar als u de waarheid wegzet op de
plank en eeuwenlang niemand haar vermeldt, dan zal zij niet overwinnen. De
waarheid overwint nooit, totdat één of andere levende geest haar
gelooft, haar in het gelijk stelt en haar in het rond bazuint. De persoon,
die aldus een grote waarheid aanneemt, zich voor haar uitspreekt, voor
haar vecht en haar bekendmaakt, mag werkelijk de pilaar en de basis van de
zaak worden genoemd, want de verbreiding van het beginsel hangt van hem
af. We kunnen zeggen van de Reformatie, dat Luther de pilaar en het
fundament ervan was; of bij het Methodisme zou hetzelfde gezegd kunnen
worden van Wesley. Let erop hoe op een andere plaats Paulus zegt dat
Jacobus, Cefas en Johannes pilaren leken te zijn; dat wil zeggen, zij
waren de verdedigers van de goede zaak. Er leven op dit moment mensen van
wie we mogen zeggen: “Zij zijn de pilaren van de zaak”, en in dezelfde
betekenis is de gemeente van God de pilaar en het fundament van de
waarheid temidden van de mensheid.
Let erop dat de tekst spreekt van “de gemeente van God”; hiermee wordt heel het volk van God bedoeld
en niet alleen de geestelijkheid. Er is hier een zeer ernstige les. We
horen het vaak zeggen: “Die-en-die is bij de gemeente gegaan.” Nu,
onthoud dat iedereen die in Christus is gekomen, in de gemeente is
gekomen, en anders niemand. De geestelijkheid is niet de gemeente: het zou
heel erg betreurenswaardig zijn als zij dat was. In al de gemeenten is het
een grote fout als het gehele volk niet wordt erkend in het werk van de
Here, in de zaken van Zijn huis en vooral in de handhaving van Zijn
waarheid. Zoals van vis wordt gezegd dat hij begint te stinken bij de kop,
zo zult u merken dat de eerste mensen die afwijken van de waarheid,
diegenen zijn, die juist de laatsten behoorden te zijn, namelijk, de
zogenaamde leraren ervan. Als het volk maar aan het woord kon komen, zodat
het gehoord werd, dan zouden we nog niet de helft van de ketterij hebben
die nu het huis van God bezoedelt. De mensen worden erg vaak opzij gezet,
alsof er helemaal geen rekening met hen moet worden gehouden, maar dat ze
bestuurd en bediend moeten worden door hun geestelijke heren. Helaas! Dan
verraden deze groten de zaak en verkopen Christus even goedkoop als Judas
deed. Zij vermengen het onderwijs van de Geest met de hoogmoed van het
vlees en worden zo verstandig, dat ze weigeren Christus te kennen en Die
gekruisigd. Ze willen zich niet aan de Schrift houden, maar duiken diep in
hun eigen gedachten en fantasieën, totdat ze de modder op de bodem van
hun onderwerpen opwoelen en zelf niet weten waar ze zijn en niemand hen
dat kan vertellen. Het meeste van de valse leer in de wereld is geopperd
door diegenen wier ambt het juist is om de waarheid te prediken. Vandaar
dat de waarheid niet is toevertrouwd aan de geestelijke stand; zij wordt
met pilaren op de hele gemeente gebaseerd. De oude bedlegerige zuster, die
zingt van de eeuwige liefde van Jezus, is evenzeer een verdediger van het
geloof als een aartsbisschop, en misschien meer; de ongeletterde
pachtboer, die de leer van de genade door diepe ervaring kent en daarom
haar nooit meer wil laten gaan, is even waarlijk een bewaker van de
evangelieschat als de meest diepzinnige geleerde, en misschien nog veel
meer. U allen, die werkelijk God liefhebt, staat klaar om de waarheid in
de wereld te handhaven. Onder het gezag van God, de Heilige Geest, hangt
de zaak van de waarheid van u af; u bent haar pilaar en haar fundament.
Wat betekent de uitdrukking - de pilaar en het fundament? Ik denk
dat het in de eerste plaats betekent, dat de
waarheid in de gemeente behoort te verblijven. In de gemeente van de
levende God woont zij altijd en beweegt zich niet van haar plaats, net als
een pilaar. In de belijdenis van de gemeente, afgelegd door elk van haar
leden, in het onderwijs van haar predikers en in het getuigenis van het
gehele lichaam zal de waarheid te allen tijde gevonden worden. De gemeente
van God is niet het drijfzand van de waarheid, maar de pilaar en het
voetstuk ervan; ze is niet het drijvende eiland van de waarheid, maar de
eeuwige zuil ervan. De gemeente staat onwrikbaar en onbeweeglijk als een
pilaar van de waarheid, bevestigd op haar basis. Als u nergens anders
waarheid vindt, zult u haar wel vinden in de gemeente van de levende God,
die het kasteel en het bastion van de waarheid is. “In welke
gemeente?”, zegt u. Ik zei in de gemeente van de levende God. Ik zei
niet in de Kerk van Engeland noch in de Kerk van Schotland noch in de
Wesleyaanse Kerk noch in de Baptistenkerk, zelfs niet in de Vergadering
van de Gesloten Broeders, maar ik zei wel dat de waarheid van God is als
een schat in de gemeente van de levende God en zij zal nooit onder haar
hoede vandaan worden gehaald. Als de waarheid niet wordt gehandhaafd door
een zogenaamde gemeente, is deze op grond daarvan niet de gemeente van
God. Wanneer de waarheid wordt opgegeven, wordt alles opgegeven. Het idee
van een gemeente houdt in, het vasthouden van de waarheid met een
voordurende onwrikbaarheid, en als dit veronachtzaamd wordt, heeft de
zogenaamde gemeente niets meer over dan slechts de naam. Aangezien een
pilaar en het fundament ervan altijd op één plek staan, zo moet ook de
gemeente een vaste, permanente en onveranderlijke zuil van de
evangeliewaarheid zijn en wee haar, als zij dat niet is.
Ten tweede, het betekent dat in
de echte gemeente de waarheid wordt
verheven als op een pilaar. De waarheid rust daar niet alleen maar
als een voetstuk, maar het staat rechtop als een pilaar. Het is de plicht
en het voorrecht van de gemeente van God om de waarheid te verhogen voor
de ogen van heel de mensheid. Misschien hebt u de zuil van Trajanus gezien
of de zuil op het Place Vendome in Parijs; deze kunnen dienen als
illustraties. Aan alle kanten van deze zuilen ziet u de overwinningen van
de overwinnaar in reliëf afgebeeld en in de lucht verheven, opdat allen
het kunnen zien. Nu, de gemeente van God is een pilaar, die wijd en zijd
de roemrijke daden van onze overwinnende Here verheft en bekendmaakt en
tot heel de mensheid zegt: “God, Die Zich geopenbaard heeft in het
vlees, is gerechtvaardigd door de Geest, is verschenen aan de engelen, is
verkondigd onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in
heerlijkheid.” Ik kan een voorbeeld geven van een pilaar, waarvan gezegd
wordt dat zij spreekt, aan de hand van onze eigen zuil, welke de grote
brand van Londen herdenkt en die gewoonlijk het Monument wordt genoemd.
Vroeger droeg het een inscriptie, welke hierop neerkwam, dat de papisten
de stad verbrandden, een beschuldiging die nu niemand gelooft. De dichter
Pope zei ervan:
“Waar Londens zuil,
wijzend naar de lucht,
als een grote snoever, het
hoofd opheft en liegt.”
Nu zal ik het wagen de regels te veranderen en zeggen:
“Zie de eigen
gemeente van Christus, als een grote kampvechter
steeds wijzend naar de lucht,
de waarheid naar boven heffen.”
Onze Here leerde ons nooit het evangelie te verbergen in
kamertjes aan achteraf gelegen steegjes; Hij wilde dat wij naar voren
komen zoveel als we kunnen. De gemeente is niet een kelder om de waarheid
te verbergen, maar een pilaar om haar tentoon te stellen. “Een stad op
een berg kan niet verborgen blijven.” Wat is er om ons voor te schamen?
We mogen zelf onbekend blijven, maar we moeten de waarheid ten koste van
alles bekendmaken. De gemeente moet zijn als een vuurtoren, die vaak is
gebouwd als een hoge pilaar om op het hoogste punt het licht te dragen, en
als een gedenkzuil met een standbeeld op de top moet zij de waarheid van
God verheffen voor de ogen van alle mensen.
Nogmaals, de gemeente is door God bedoeld om de bekoorlijkheid van de waarheid uiteen te zetten, want in
een tempel zijn pilaren en zuilen bedoeld als versiering evenzeer als voor
het nut. De gegroefde en rijk gebeeldhouwde pilaren van de tempel van
Diana werden bewonderd door allen die hen zagen, en in latere tijden
werden ze zo zeer gewaardeerd dat ze naar andere landen werden gebracht om
andere bouwwerken te versieren; de dom van Santa Sofia in Constantinopel
verrijst nu op zuilen van groene jasper, welke oorspronkelijk waren
geplaatst in de tempel van Diana. De gemeente moet de leer van God, haar
Heiland, in alle dingen tooien. Zijn waarheid op haar moet geprezen worden
als een inscriptie op een zuil, zo waardig dat ze aandacht krijgt en
respect afdwingt. Een levende christen is het beste ornament van het
christendom. De dienst aan God moet ten uitvoer worden gebracht in de
schoonheid van heiligheid.
Nogmaals, het is het werk van de gemeente de
waarheid te handhaven met al haar kracht. Ze is geplaatst als een
koperen muur en een ijzeren pilaar tegen elke dwaling. Hoe mensen ook
mogen kruipen of buigen, daar staat de zuil, vast en stevig, bevestigd op
haar voetstuk, geplaatst op haar fundament. Zo moet de gemeente in alle
eeuwen staan voor de waarheid en aan geen dwaling, noch verzwijging van de
leer, noch verandering van inzetting toegeven. De gemeente van de
apostelen is het model van de gemeente van vandaag. Het patroon van de
gemeente van Christus moet niet gevonden worden in de paapse synagogen van
de Middeleeuwen, maar in de eerste eeuw, toen Jezus Christus sprak en zei:
“Gaat dan heen, maakt al de volkeren tot Mijn discipelen en doopt hen in
de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen
onderhouden alles, wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen
tot aan de voleinding der wereld.” Het werk van de gemeente is de
zuivere leer van Christus en Zijn apostelen hoog te houden, te verdedigen,
te handhaven en te verbreiden, en als zij hierin faalt, als in haar midden
de waarheid niet wordt geprezen, als zij niet wordt getooid, als zij niet
wordt verdedigd en verkondigd, is de zogenaamde gemeente niet langer de
pilaar van de waarheid, maar een hellende wand en een neerstortende muur.
Nu moet ik uw tijd nog wat langer in beslag nemen, terwijl ik
probeer een
waarheid kracht bij te zetten, die mij zeer na aan het hart ligt,
en ik bid God, dat het heel Zijn volk na aan het hart mag liggen in dit
gevaarlijke uur. De waarheden, die ontleend kunnen worden aan de tekst,
zijn van één soort. De eerste is, dat de hele gemeente de waarheid moet
handhaven. Geliefde broeders en zusters, wees zeer ijverig voor
het evangelie, het oude, oude evangelie van de genade van God, de leer van
de rechtvaardigmaking door het geloof en de vergeving door de verzoening.
Ik spreek tot u, die de waarheid kennen, want u alleen vormt de gemeente
van God. Sta, zo smeek ik u, in uzelf geen onwetendheid met betrekking tot
Gods Woord toe, maar bestudeer het en probeer er meer en meer van te weten
te komen. Maar wat u wel reeds weet door het onderwijs van Gods Geest,
bind dat uzelf om als een gordel, die nooit losgemaakt zal worden. Er gaan
verleidende geesten rond, die, ware het mogelijk, de uitverkorenen zouden
willen misleiden; daarom, zo verzoek ik u, laat u niet bedriegen door hun
buitengewone sluwheid. Keer u niet af van uw standvastigheid, maar volhard
in het geloof. Ze zullen u vertellen, dat u dweepziek bent. Let niet op
hen, want in hun mond is dweperij een ander woord voor beslistheid van
karakter. Het evangelie van de redding is de hoop der mensen, doe daarom
alles wat u kunt om het bekend te maken. Schaar u niet aan de zijde van
degenen die geneigd zijn tot verandering, maar houd stand op de oude
paden. Het kan gebeuren dat de rijkere mensen van de stad in dwaling
verkeren en het kan voor u van tijdelijk voordeel zijn zich bij hun
gemeenschap te voegen, maar sluit geen verbond met een valse leer. Het is
beter naar de geringste schuilkerk te gaan en te helpen de waarheid te
handhaven dan de rijkste vergadering te bezoeken, waar het evangelie naar
de achtergrond wordt gedrongen. Ik gelast u bij de levende God om in deze
kwade dagen uzelf rein te bewaren wat betreft dwaling. Een ware gemeente
is door God aangesteld voor behoud van de waarheid en we willen voor Gods
aangezicht aan de voet van het kruis in de kracht van de eeuwige Geest,
bidden dat wij, zelfs tot de dood toe, getrouw mogen zijn aan onze
opdracht.
Onthoud vervolgens dat een gemeente, welke niet trouw is aan
waarheid, wordt geëxcommuniceerd. De kerk van Rome stelde, toen ze het
huwelijk verbood en beval zich van vlees te onthouden, ook de mis in in
plaats van het offer van Christus, en haar priesters in plaats van de ene
grote Hogepriester. Toen gaf ze onderricht in afgoderij en moedigde die
aan in het aanbidden van beelden, relieken en dergelijke; bij dit alles
excommuniceerde zij zichzelf en wordt nu in de Schrift beschreven, niet
als de bruid van Christus, maar als de hoer van Babylon. Zij is niet de
pilaar van de waarheid, maar het graf ervan. Zij werd in beweging gebracht
door dwaling; haar oprechtheid raakte in verval; ze ligt nu voorover in
totale vernietiging om nooit weer gerestaureerd te worden. Helaas, elke
kerk kan zo te gronde gaan. De afval van Rome zou een waarschuwing moeten
zijn voor alle andere kerken, opdat ook zij niet beetje bij beetje
verontreinigd worden en ophouden te beantwoorden aan de Goddelijke
bedoeling en voor altijd verworpen worden.
Denk er vervolgens aan dat elke
gemeente faalt in haar doel als de pilaar en het voetstuk van de waarheid
in de mate waarin zij afwijkt van de waarheid. Ik waarschuw daarom
met heel mijn ziel voor wat ik overal rondom mij zie aan veronachtzaming
van de waarheid. Het is niet alleen dat mensen hun gezichtspunten
veranderen, maar dat zij helemaal onverschillig worden voor de waarheid en
lijken te denken, dat zij God een dienst bewijzen, wanneer ze de gedachten
van jonge mensen in de war brengen. In de eerste plaats betreuren we elk tornen
aan de inspiratie. Het heilige Boek wordt überhaupt nauwelijks
erkend geïnspireerd te zijn, of op z’n best wordt ervan gezegd dat het
geïnspireerd is in één of andere gematigde betekenis zoals Milton of
Shakespeare misschien geïnspireerd hebben kunnen zijn. Dan wordt dit boek uit de Schrift weggescheurd en dan dat andere en
sommigen, die beter hadden behoren te weten, zeggen: “Dat gedeelte van
de Bijbel is geschreven voor de Joden en niet voor ons”; zo wordt
geleidelijk heel het kostbare Boek ons ontrukt. Als de heiligen in de
hemel, die zich vroeger voedden met het Woord van God, zouden terugkeren
naar deze lagere wereld, zouden ze verrast zijn om te merken dat onze
verstandige mannen bijna elke profeet, evangelist, psalm en brief in
twijfel hebben getrokken: elk deel van het Woord wordt betwist, het geheel
van de Schrift wordt aangevallen en dat
door mensen, die blijven in iets wat belijdt een gemeente te zijn.
Wij houden er nog steeds aan vast dat de Bijbel, en de Bijbel alleen, de
godsdienst van de christen is en wij zijn van plan des te meer daaraan
vast te houden, omdat anderen van hun standvastigheid afvallen.
Helaas, de grote oude leerstukken van het
evangelie worden ook geplunderd! Merkt u, hoe vandaag de dag al de
grote waarheden worden verdonkeremaand? Mensen gebruiken de woorden, maar
zij houden het oor voor de gek, want zij verwerpen de betekenis: zij
overhandigen ons noten; wij kraken ze en wij merken dat de worm van de
moderne gedachte de pit eruit gegeten heeft. De leer van de verzoening is
in sommige gevallen het belangrijkste aanvalsdoel geweest. Neem dat weg en
wat blijft er over? Voor welk doel is er überhaupt een gemeente, als de
verzoening van Jezus Christus er niet door verkondigd wordt? Laat haar
sterven; waarom zou zij leven, als zij geen getuigenis heeft af te leggen!
Als zij geen Goddelijke onfeilbare boodschap van vergeving voor de
schuldigen en rust voor de vermoeiden heeft, laat haar te gronde gaan.
Luister naar de walgelijke taal van de moderne predikanten en u zult hen
horen zeggen: “Broeders, uw eigen gedachten zijn uw beste gids; het
verlichte bewustzijn van deze tijd zal u het best onderrichten; de Bijbel
is ons heilig Boek, maar snij eruit weg wat u ook maar wilt, verander waar
u maar zin aan hebt. We willen liever wat dan ook opgeven dan tegen de
filosofen ingaan. Onze ongeletterde voorgangers, de visserslui, samen met
Paulus en anderen, waren onervaren in het onderwijzen en gooiden zichzelf
erg onverstandig in de strijd met de beste gedachte en beschaving van die
tijd, zodat hun onderwijs voor de Joden een aanstoot en voor de Grieken
dwaasheid was; maar wij weten het veel beter; wij passen ons aan aan de
tijd en wij koesteren grote sympathie voor eerlijke twijfel. Wij kennen
ook ons eigen belang en wij zijn bereid te veranderen en te verbeteren om
de huidige mode te behagen.” Waar zo gesproken wordt, daar blijft geen
gemeente meer over. Het is alleen nog maar de naam van een gemeente,
wanneer de leerstukken van Gods onfeilbare Woord in het stof worden
vertreden.
Een gemeente houdt ook op een gemeente van Christus te zijn in de
mate, waarin zij de inzettingen van God verandert.
Deze moeten worden uitgevoerd, zoals ze werden overgeleverd. Wanneer een
gemeente de oude inzettingen van de Doop der gelovigen en het Avondmaal
des Heren verwerpt, is haar volgende stap het maken van nieuwe
inzettingen. Zo worden het verbod om te trouwen en het bevel om zich van
vlees te onthouden ingevoerd. Over het eerste wordt veel gepocht als
middel om reinheid voort te brengen, maar hoeveel de priesters, de
monniken en de nonnen hebben gedaan voor de reinheid, laat ik over aan de
geschiedenis om te vermelden. De Doop der gelovigen werd overboord gegooid
en toen moest zonodig de wedergeboorte door middel van de doop worden
ingevoerd. Het Avondmaal des Heren was veel te alledaags en dus werd het
onbloedige offer van de mis bedacht. O gemeente van God, wanneer zult u
terugkeren tot de wet en de getuigenis en de gezindheid van Christus
volgen en de handelwijze van Zijn apostelen?
Gemeenten
zijn ook verkeerd, wanneer zij de
discipline veronachtzamen, wanneer zij tot hun lidmaatschap
personen toelaten, die zelfs niet eens belijden bekeerd te zijn en, zo
voeg ik eraan toe, wanneer zij vanwege het behagen van mensen predikers in
hun midden toelaten, wier onderwijs verdorven en vol ongeloof is. Er zijn
vandaag de dag predikers, die met voorbedachten rade het geloof
ondermijnen, dat eenmaal de heiligen werd overgeleverd. De gemeente
behoort zichzelf af te zonderen van zowel goddeloze personen als valse
leraren; zij behoort evenmin slechte leraren op haar preekstoel te
tolereren, als u een gifmenger in uw kinderkamer of een wolf in de
schaapskooi zou toelaten. God geve dat onze gemeenten hun plicht mogen
verstaan, hoe pijnlijk die ook moge zijn. Ja, mogen zij zich dichtbij het
geloof houden, want anders kunnen ze niet de pilaar en het fundament van
de waarheid zijn. Een onheilige onwedergeboren gemeente kan nooit de
pilaar van de waarheid zijn. Als er nalatigheid is in de levende
godsvrucht, als het ootmoedig wandelen met God veronachtzaamd wordt, kan
de gemeente niet lang een gezonde gemeente van God blijven.
Nu broeders, u ziet hoe een ieder van u zich behoort te gedragen in
de gemeente van God. Een deel van uw gedrag is dat u volhardt, vast als
een pilaar. Houd onwrikbaar stand; gedraag uzelf als mannen; wees sterk. U
behoort pilaren te zijn, vooral u die de Here al dertig of veertig jaar
kent; u behoort pal te staan voor de waarheid en ik bid dat u dat mag
doen. Moge de kerk in Schotland, die vroeger van het evangelie getuigde,
standvastig bewaard blijven. Haar vaders van het Covenant hadden de
waarheid lief en gaven hun bloed ervoor; moge de Here hun zonen helpen
sterk te zijn in de Here en in de kracht van Zijn macht. Mogen de
gemeenten van ons eigen Engeland ook hersteld worden van hun afvalligheid
en dan door de Geest van God in strikte trouw het evangelie verdedigen. Ik
kan mijn preek niet beter afsluiten dan bij u het couplet aan te bevelen
dat zojuist door de vijfduizend stemmen van u werd gezongen.
“Al zouden al de systemen die
mensen bedenken,
mijn geloof aanvallen
met verraderlijke list,
ik zal ze ijdelheid en
leugens noemen,
en het evangelie op mijn hart
binden.”
©
Copyright vertaling 2008 B.
Kroeze, Doldersum. Alle rechten voorbehouden. info@mannavoorpelgrims.nl
Zie voor copyrightregels: www.mannavoorpelgrims.nl
|